Woordnschat van 't Gents

De woordenschat va 't Gents verskilt nie zo radicaal van d'omringende dialectn in Vloandern als in de fonologie. Men kent in Gent vêle meer Fransche leenwoordn dan in de reste va Ôost-Vloandern, vanwege de sterke verfransching waarmee de stede in et verlêden te maken hadde. Nen enkele ki duikt in Gent ne woord of uitdrukkieng ip da ze in Ôost-Vlaanderen nie kennen maar elders weer wel, byvoorbeeld benèèwd zaan voor "benauwd zyn" (wo da elders in Ôost-Vloanderen: schuw zèn gebruukt wordt).

Alfabetisch register va Gentse woordn en uitdrukkiengn

bewerkn

Vo praktische redenen stoan de vertoalingn erup in ’t Nederlands.

  • Aa: ei (ook: hij)
  • Aabaatout! of tout! ("toch wel!")
  • Aadouchaamoir ("doe gerust je ding") (doe wat je van plan bent)
  • Aadoumaa ("hij doet mij") (met andere woorden: hij zit aan mij, hij kan zijn handen niet thuis houden)
  • Aaeesaampillekenychepakt ("hij heeft zijn pilletje niet ingenomen") (wordt gezegd omtrent iemand die een spontaan innerlijk vreugdegevoel beleeft en dat op een ongefilterde manier aan de omgeving laat zien en horen) (op de werkvloer is het dan ook aan te raden om zulke spontane innerlijke vreugdegevoelens zoveel mogelijk te onderdrukken en zich te gedragen als een bordkartonnen figuur)
  • Aaeetelaangaandebeustevaangzaamagaange ("hij heeft te lang aan de borst van zijn moeder gehangen") (hetgeen oudere werknemers zeggen als ze ergens op de werkvloer een ietwat stuntelige schoolverlater bezig zien)
  • Aaesvaangtlamgodsgesleege ("hij is van het Lam Gods geslegen") (betekent: hij lijkt qua uiterlijk en voorkomen op iemand die zo weggelopen is uit het schilderij Het Lam Gods)
  • Aagaazaaduuknegoujegaa! ("jij bent ook een goeie, jij!")
  • Aagelaak: eigenlijk (ook: aalaak) (in andere Vlaamse dialecten zegt men wel eens: eien't lijk)
  • Aagroengt: vruchtbare aarde om in bloempotten te doen (potgrond)
  • Aajerkaup / aajeruuft: eierkop / eierhoofd (kaalkop, kletskop)
  • Aajers: eieren
  • Aajerschaalpe: de harde schil van een ei
  • Aajlaangt: eiland (Paaseiland = Poisaajlaangt)
  • Aajlaangtmalem: Eiland Malem, net ten noorden van de Watersportbaan en ten westen van Ekkergem, in het westelijk deel van Gent
  • Aajlegaizeke / 't aajlegaizeke: heilig huisje / het heilig huisje
  • Aajrageurswyn (Ira Gershwin), broer van Zaursgeurswyn (George Gershwin)
  • Aajzaknjouwtoeng (Isaac Newton)
  • Aakaumee 't buuske ("hij komt met het busje") (zich normaal gedragende (of zich normaal voelende) werknemers die iedere dag met de auto naar 't werk komen zeggen wel eens op een schertsende manier, omtrent een bepaalde autoloze collega, dat het "busje van de debielen" hem dagelijks aan 't werk komt afzetten, hetgeen de motivatie om te komen werken de grond in boort, tenzij die autoloze collega over een stalen zenuwstelsel en een onwrikbaar karakter beschikt) (werknemers in een drukkerij vol imposante meerkleurenoffsetpersen rijden meestal op vervaarlijk uitziende zware motorfietsen van en naar 't werk)
  • Aalaak: eigenlijk (ook: aagelaak)
  • Aaltoengdzjoeng (Elton John)
  • Aaluupteegezaanaagetebabbele ("hij loop tegen zichzelf te praten") (mede door de komst van hypermoderne telecommunicatietoestelletjes die gemakkelijk weggestoken kunnen worden ter hoogte van de oren, valt het niet meer op als iemand op straat hardop tegen zichzelf loopt te praten, het kan evengoed tegen een piepklein telecommunicatieapparaatje zijn inplaats van tegen zichzelf)
  • Aaluuptemdebienevanoengdertgat ("hij loopt zich de benen vanonder het achterwerk")
  • Aalvys (Elvis)
  • Aalvyskostaalau (Elvis Costello)
  • Aalvyspoempylyau (Elvis Pompilio)
  • Aalvyspresly (Elvis Presley)
  • Aambetaangtegoirt / aambetaangterik / aambetaangte veint / aambetaangte kalle / aambetaangt waaf: irritant persoon (man of vrouw)
  • Aambetaangteklaane: klein kind dat door zijn of haar "moderne" ouders anti-autoritair is opgevoed, in zodanige mate dat het gedrag van betreffend kind uitermate lastig is (in de laatste jaren van de twintigste eeuw alsook in de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw werden jongeren beschouwd als "kinderen". Dat werd gekenmerkt door een algemene verkleutering ("je moet de kinderen in hun kindsheid laten" was dan ook een veel gehoorde kreet van afgestudeerde pedagogen, met alle gevolgen vandien: deze jongeren zijn als volwassenen nog steeds in hun aangeleerde kindsheid blijven steken en geloven nog steeds in sprookjes) (als ze inzien dat de sprookjeswereld helemaal niet bestaat grijpen ze op een gedesoriënteerde manier naar alle mogelijke roes-opwekkende middelen en antidepressiva, of maken ze er een eind aan)
  • Aampoule: lamp, licht (in het Duits: ein ampel, zoals in het nummer Da vorne steht 'ne ampel van Der Plan, 1983)
  • Aangdembaangtstoj ("aan de band staan") (jonge Gentenaars die in de tweede helft van de twintigste eeuw geen motivatie of geen zin hadden om te studeren, kregen algauw het brandmerk "bandwerker in 't fabriek", en werden dan ook door hun medeleerlingen en leerkrachten op een afkeurende manier bekeken, alszijnde uitschot) (in die tijd werden jongeren reeds in school bang gemaakt als het thema beroepskeuze ter sprake kwam) (noodgedwongen als arbeider in ploegsysteem moeten fungeren was taboe) (jobstudenten van de eenentwintigste eeuw die tegen hun teamleader durven zeggen dat ze de werkomstandigheden op de werkvloer ondermaats vinden, krijgen als antwoord dat ze maar harder moeten studeren om in een betere werkomgeving terecht te komen)
  • Aangdraumeeda: Andromeda (sterrenbeeld)
  • Aangdree (André)
  • Aangdreeja (Andrea)
  • Aangdreejakaur (Andrea Corr)
  • Aangdreeoizes (André Hazes)
  • Aangdreevaangdajn (André van Duin)
  • Aangdyve: andijvie
  • Aangdywoarol (Andy Warhol)
  • Aangry (Henri / Henry) (in het geval van Henri is het ook: Ryte)
  • Aangryfaurt (Henry Ford)
  • Aangrysalvadaur (Henri Salvador)
  • Aangtares: Antares (de oranjekleurige hoofdster van het sterrenbeeld Schorpioen, alsook de roepnaam van de maanlander van Apollo 14)
  • Aangtieke: handtekening (gemouteuaangtiekenaugzette! Je moet je handtekening nog plaatsen!)
  • Aangtony (Anthony)
  • Aangtonykwyn (Anthony Quinn)
  • Aangtroise: gevoel van aangedaan zijn
  • Aangtwoj (Antoine)
  • Aangtwyoengderteanduure (aan 200 kilometer per uur) ("aan tweehonderd in d'uur")
  • Aas: ijs
  • Aasblaukskes: ijsblokjes
  • Aaskasse: ijskast
  • Aaskewt: ijskoud
  • Aat: hout
  • Aatbewirkeinge: houtbewerking
  • Aatemaile: houten muil
  • Aatevlour: houten vloer
  • Aatwurme: houtworm
  • Aatzoogeraaje: houtzagerij
  • Aazalnychemeugenè (hij zal niet gemogen hebben) (als een leerkracht 's morgensvroeg voor de klas staat met een gezicht dat helemaal geen vrolijkheid uitstraalt, kan het zijn dat hij gedurende de voorafgaande nacht het van zijn vrouw "niet mocht doen") (bron: beroepsschool Carels-Nicaise, Offerlaan - Gent, begin van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Aaziemer: ijsemmer
  • Aa zit weere aup zaa pirt (hij zit weer op zijn paard: hij geeft weer eens bevelen vanuit de hoogte)
  • Aazyseweerevlyge (hij ziet ze weer vliegen) (amateur astronomen en amateur weerkundigen, die uit gewoonte veel naar boven kijken, krijgen wel eens de opmerking te horen, dat ze "ze weer zien vliegen")
  • Achterwoarsterigge: D'achterwoarsterigge was indentaat baa de gebaurte de ulpe vaang de vroudvrewwe. Zaa verzaurgdege 't kind zuust achter da' t gebaure wois (baker)
  • Adzuun: ajuin ( 'k e twy adzuuns nuudeg aum ian de soupe te drooje - ik heb twee ajuinen nodig om in de soep te draaien)
  • Adzuuntses: kleine ajuintjes
  • Affelke: navel (Dyne klaane zaan affelke 'n es nie gou aitgekaume, 't stoat in een baubolke)
  • Afleggen (zich -): 'k Go maa een menuutse afleggen veur da 'k weere vuursgoa (uitrusten)
  • Afplakker: sticker, zelfklever
  • Afraazer: glijbaan, in een speeltuin
  • Afroengte (zie: gafroengteerd)
  • Aftrekker: trekker om natliggende vloer droog te maken
  • Aisuure: huishuur (zaanaisuure es gevalle: zijn huishuur is gevallen, hij loopt met een gezicht dat boekdelen spreekt)
  • Akkele: stotteren
  • Akkelirre: stotteraar (nenakkelirre, een stotteraar)
  • Akrautse: w'en doar een klaan akrautse ghad (kleine, ergerlijke tegenslag)
  • Aksol: Axel (stad in Zeeuws-Vlaanderen, alsook legendarisch toevluchtsoord voor Gentenaars die wel eens zonder boter kwamen te zitten) (kaum, we goin noir Aksol aum boter - kom, we gaan naar Axel om boter)
  • Akwaryus: Aquarius (sterrenbeeld)
  • Akwyla: Aquila (sterrenbeeld)
  • Alee: vlak plaatsje tussen twee trappen
  • Almeenekier: opeens, plotsklaps
  • Alumeur: aansteker (ook: brikee)
  • Amuuzeleute: plezier
  • Amuuzoise: amusement ("amuzaatsie"), zie ook; paniekoise: paniek ("paniekaatsie")
  • Annoengse: aankondiging (van het Frans: annonce)
  • Apraleur: luidspreker (van het Frans: haute parleur)
  • Ardieje / Ardye: assertief, hard van aard
  • Arlauze / Aurlooze: uurwerk ("horloge")
  • Arlydeevydsoeng (Harley-Davidson) (in het plat Gents is het: Oarlydeivydsoeng) (in Serge Gainsbourg's nummer Harley-Davidson heeft Brigitte Bardot het op een typisch Franse manier over "Harlè Daviedsonne")
  • Artaa: hard ei (hardgekookt ei)
  • Arybaalafoengte (Harry Belafonte)
  • Arykuumol (Harry Kümel)
  • Assaangseur: lift (in een gebouw, om zich van de ene verdieping naar de andere te verplaatsen)
  • AU AU (OO) (de prefix van de Belgische vliegtuigregistratieletters of vliegtuigregistratienummers)[1] (tot en met de eerste helft van 1984 was 'OO' een onderdeel van de weekendhobby van vliegtuigspotters op en in de buurt van het Vliegveld Sint-Denijs-Westrem ten zuidwesten van Gent)
  • Auktaflaangdait (Octave Landuyt)
  • Aulyvjee (Olivier)
  • Aumau: Omo (wasmiddel) Ook: aanduiding voor iemand waarvan de veronderstelling circuleert dat betreffend persoon zich aangetrokken voelt tot een andere persoon (of meerdere personen) van hetzelfde geslacht (ook een aanduiding voor iemand wiens hobby of interessesfeer zodanig afwijkt van de ietwat macho-georienteerde "normaal", dat men deze persoon, bij gebrek aan andere aanduidingen, gemakshalve nenaumau noemt) ("een homo")
  • Aumir (Omèr / Homer)
  • Aum kaumisse goj (om boodschappen gaan)
  • Aupendounder: ontkurker ("opendoender")
  • Aupsolfere: opzadelen ("opsolferen")
  • Aurganyzoise: organisatie
  • Aurgoj: orgaan
  • Aurkestroise: orkestratie
  • Aurkoj: orkaan
  • Aursoengwaals (Orson Welles)
  • Aurtaangse (Hortence) Zie ook: Flauraangse (Florence)
  • Auryjoeng: Orion (opvallend sterrenbeeld, bekend om de gemakkelijk zichtbare rij van drie heldere sterren, ook bekend als de drie koningen, draakeuneinge) (Orion was ook de roepnaam van de maanlander van Apollo 16)
  • Autse Bautse Kois: gezelschapsspelletje OXO (Boter-kaas-en-eieren)
  • Auvaangse: zin, schot in de zaak ("avance") (tes gienauvaangse - het heeft geen zin, je schiet daar niets mee op)
  • Avkoit / Avvekoit: advocaat, alsook Avocado, en ook de drank Advocaat
  • Azot (schertsende bijnaam voor het Academisch Ziekenhuis te Gent) (het A.Z. of "Azet" omstreeks de tweede helft van de twintigste eeuw) (deze bijnaam met schrijnende ondertoon, het "Azot", werd gegeven door een gedeelte van het personeel, en verraadde de met alcohol doordrenkte wantoestanden die zich toenertijd in het operatiekwartier voltrokken, maar waarover angstvallig gezwegen moest worden)
  • Baaleketrek: kwajongensspelletje (bellen aan een voordeur en dan gauw weglopen om zich vervolgens te verstoppen)
  • Baalfaurt: Belfort van Gent
  • Baalteilefoeng: Bell telephone (bedrijf dat zich omstreeks de jaren 60 van de twintigste eeuw aan de Elsstraat en de Gasmeterlaan bevond)
  • Baalvydir: residentie Belvédère (de hoogste en meest geprononceerde woonblok aan de Watersportbaan)
  • Babeurpap: karnemelkpap
  • Badders: steunbalken, bijvoorbeeld in het dakgebindte
  • Bakais: mond (Ewdeubakais! Hou je mond!) ("bakhuis")
  • Baladeuze: draagbare verlichting voor (bijvoorbeeld) kelders
  • Balkoeng: geprononceerd stel borsten ("balkon")
  • Bananenuuft: bananenhoofd (bijnaam voor het bronzen afgietsel van het standbeeld De Aarde van Karel Aubroeck aan de kom van de Watersportbaan, een zittende vrouw voorstellend, met een kapsel gelijkend op een tros bananen)
  • Barbekuu: barbecue (sommige Gentenaars alsook mensen met andere Vlaamse dialecten vertikken het om het woord barbecue uit te spreken als barbekjoe, en zeggen steeds "barbekuu") (zie ook computer, als "kompuuter", en niet kompjoeter)
  • Baren: golven
  • Baskuul: weegschaal
  • Basse: regenbestendig overtrekzeil, bijvoorbeeld om een auto te beschermen
  • Baurduure: begrenzing van het voetpad tegen de greppe en de rijweg (zewdegualder vaste aan de baurduure - ze hielden zich vast aan de borduur om niet uit te glijden) (dit gedurende de strenge winter van 1979)
  • Bauwoiterfylyps: het bedrijf Bowater-Philips in de New Orleansstraat te Gent
  • Bazar: grootwarenhuis
  • Beduumt: bedampt
  • Beeaalau / nen Beeaalau / 't Beeaalautse: Bee-Aal-Au - B.L.O. (Buitengewoon Lager Onderwijs, Buitengewoon onderwijs) (wie in school niet zo goed mee kon, of gewoon niet geïnteresseerd was in het dagelijkse schoolse stramien, of ergens rebels van aard was, kreeg wel eens de bijnaam 't Beeaalautse) (het B.L.O.'tje) (deze door de meeste leerlingen gevreesde bijnaam hing in iedere school en in ieder klaslokaal als een immer aanwezig en dreigend Zwaard van Damocles, of eerder: het Zwaard van het PMS) (het gevreesde P.M.S. dat heden ten dage het C.L.B. heet: Centrum voor Leerlingenbegeleiding) (de kunst bestond erin, om zeker niet terecht te komen in de val van het P.M.S., want het was onmogelijk om, eens er in verzeild geraakt, op een psychologisch ongeschonden manier terug uit te komen)
  • Bees: zoen, ook: tous / toes
  • Beetoengpouper (betonpoeper): homoseksueel die in openbare toiletten opereert
  • Benaatschaater: bangerik
  • Beuzakken: Dienen troep beuzakken n' moe hier nie mier over de vloer komen (ergerlijke personen)
  • Biestenauf: dierentuin, zoo ("beestenhof")
  • Bietol: beitel
  • (De) Bietols: The Beatles (gelaak nen Bietol - gelijkend op een Beatle) (minachtende opmerking van iemand die een onvoorbeeldig persoon met de haardracht van The Beatles had gezien, omstreeks de jaren 60 van de twintigste eeuw)
  • Binst: terwijl
  • Bir (Bert / Albert)
  • Birke (Bertje) (ook: beertje)
  • Blaangdèjbirg: Blandijnberg (het hoogste punt van Gent)
  • Blaffetuure: openklapbare bescherming aan de buitenkant van een vensterraam
  • Blafte: een groter-dan-normaal uitziend exemplaar van iets dat gewoonlijk relatief klein is (zie ook: Plamoister)
  • Blagge (zie ook: kulau, toupee)
  • Blaumkee: bloemstuk
  • Blaumkuuale: bloemkool
  • Blekkeveuruuft: iemand met een voorhoofd dat er min-of-meer uitziet als een metaalplaat (bron: beroepsschool Carels-Nicaise (STI-1), Offerlaan-Gent, begin jaren '80 van de twintigste eeuw)
  • Blekmezyk: muziek bestaande uit relatief harde klanken veroorzaakt door een eenvoudige vorm van percussie ("blik-muziek")
  • Blewwen / de blewwe: liberalen (de blauwen)
  • Bloiskes: blaasjes, ook: larie & apekool, onzin (blaasjes wijsmaken, bloiskes waasmooke)
  • Bloize: persoon met vetzucht, ook: dwaas persoon (blaas)
  • Bloker: doorschijnend omhulsel van elektrische verlichting, gemaakt van glas of plastiek
  • Blounde: soort charcuterie
  • Boengmezoeng: Bond Moyson
  • Boer / bour: persoon die zich in het verkeer niet korrekt gedraagt (of zich niet korrekt wil gedragen)
  • Boitdeviteeze: versnellingsbak
  • Boîte: De boîte van maanen otau es noar de kluute, 't Go maa weere een ceintse koste. Kaak nekier of da ter gien bryven in de boîte zitten (versnellingsbak / brievenbus)
  • Boste: barst (ezuu een boste in de muur!)
  • Boukaboutotte: persoon met geprononceerd of zwaar uitziend mond-en-kin gedeelte (ook : boukabouweeze, pirdemaile)
  • Boukentaure: Boekentoren
  • Bouloeng: bout
  • Bouloneuze: elektrisch gereedschap om boulons mee vast of los te draaien
  • Braajaang (Brian)
  • Braajaangdzauns (Brian Jones)
  • Braajaangynau (Brian Eno)
  • Braangzelee: juwelen-armband
  • Brabasoeng: Brabançonne
  • Braine / nembraine: bruine / een bruine (Gentse werknemers die een nieuwe collega van niet-Europese oorsprong te zien krijgen duiden deze persoon aan als nembraine) ("een bruine")
  • Brikee: aansteker (ook: alumeur)
  • Brously (Bruce Lee)
  • Brugse Puurte: Brugse Poort (gaazaadienevaangdebrugsepuurtezeiker? - jij bent er een van de Brugse Poort zeker?)
  • Bruurekker: elastiek ("broodrekker")
  • Brylkrim: Brylcreem
  • Buufalaus: Buffalo's (KAA Gent) (de Gaangtwoize - de Gantoise)
  • Buuleks: warmwaterketel, boiler (afkomstig van de merknaam Bulex)
  • Buurwoiter: medisch verantwoorde vloeistof om ogen mee te verzorgen ("boorwater")
  • Buutseswaajeinge: bootjeswijding, op de Leie te Afsnee, ten zuidwesten van Gent
  • Bygoudytses: krulspelden gemaakt van pastelkleurige kunststof (afkomstig van het Amerikaans: Be-Goody, in de jaren 50 van de twintigste eeuw zagen meisjes en vrouwen met krullend opgestoken haar er op een "highschool"-achtige manier braaf en voorbeeldig uit: Goody-Goody, Goody Two-Shoes)
  • Byjaangpapyr: behangpapier
  • Bylde: metalen bol uit kogellager
  • Byrbaik: bierbuik
  • Byters: tanden (ge mout eu byters naug kaise!, je moet je tanden nog kuisen!)
  • Byze-baaze: schommel, in een speeltuin (ook: raakauker)
  • Chichi-madam / chychy-madam: Ge mout dy chichi-madam doar nekier zyn luupe mee eur ountse (dame met lachwekkende geaffecteerde manieren)
  • Chikeelurre / chykeelurre: persoon die gezien wil worden, en zich voordoet alsof hij (of zij) in het geld verdrinkt (zie ook: dikkenekke)
  • Chrytytelirre (Chriet Titulaer)
  • Chyugh...chyugh...chyugh...chyugh...chyugh... (een uitgebluste Gentenaar in zijn stamcafé, ietwat ongeïnteresseerd lachend met hetgeen de waard van het café zo allemaal te vertellen heeft) (bron: een nogal zompig café aan de Zwijnaardsesteenweg in het zuidelijk gedeelte van Gent, omstreeks het jaar 2000, frequentelijk bezocht door postbodes die een halteplaats nodig hadden om bij te komen)
  • Daampuurte: Dampoort, waar het Station Gent-Dampoort zich bevindt
  • Daasendag: dinsdag, Noaste weeke daasendag kaume Steffi en eure veint aup vyzyte
  • Daddemaameereustmoutloite! (dat je mij met rust moet laten!)
  • Daikbuut: duikboot (ook: oengderzieër, onderzeeër)
  • D'aismiestesse: huisbazin (gerelateerd aan De Sindiek) (de huismeesteres)
  • Dakketeunysoukeunezegge (dat ik het U niet zou kunnen zeggen)
  • Dakketnyeweete (dat ik het niet weet)
  • Darsen: het gebied van de Haven van Gent omstreeks het Zuid Dok en het zuidelijke gedeelte van het Groot Dok
  • Daukterou (Doctor Who)
  • D'aupspieteinge: de zo-goed-als onbegaanbare werf van de in aanbouw zijnde site ter hoogte van de Neermeerskaai en de Watersportbaan te Gent, waarbij een groot gedeelte van deze site van nieuwe grond werd voorzien (opgespoten), dit geschiedde rond het midden van de twintigste eeuw ("de opspuiting")
  • Daurysdee (Doris Day)
  • Daweetekiknyse! (dat weet ik niet hoor!)
  • Deeraangzeerekny? (stoor ik niet?) (van het Frans: déranger) (zie ook het nummer I'm Deranged van David Bowie en Brian Eno: Ik ben gestoord)
  • Deesarzebaize: uitlaatpijp van auto
  • Deeseetyne: DC-10 (type verkeersvliegtuig met een reputatie)
  • Defjoudzetyf: The Fugitive (Amerikaanse televisieserie waar ook Gentenaars zich gedurende de jaren 60 van de twintigste eeuw op zaten te vergapen)
  • Deingske: dingetje (wordt gezegd als men de naam niet kent van iemand die men in gedachten heeft)
  • Deluusysauw: The Lucy Show
  • De maane (hetgeen een vrouw zegt als ze verwijst naar haar man: de mijne, mijn vent) (ook: koine)
  • Demaangvaanuunkol: The Man from U.N.C.L.E., met Napaulyoengsolau (Napoleon Solo)
  • Denaailegenaalvys: de heilige Elvis (Gentse fans van Elvis Presley die gedurende de tweede helft van augustus 1977 in de buurt van hun huis plots een witte duif zagen zitten dachten steevast dat ze bezoek hadden gekregen van de heilige Elvis (kaak neu nekier, denaailegenaalvys es yr! - kijk nu eens, de heilige Elvis is hier!)
  • Denameerikoj: Amerikaanse soldaat, ten tijde van Wereldoorlog II ("de Amerikaan")
  • Dendaits: Duitse soldaat, ten tijde van Wereldoorlog II ("de Duits")
  • Den Doek (of: Den Doeck) (bijnaam van een sinister personage dat rond het begin van de jaren 60 van de twintigste eeuw de buurt van de Watersportbaan onveilig maakte) (bron: dirk Blanchart)
  • Desseinge: oplawaai
  • Destolbirge: Destelbergen, gemeente ten oosten van Gent
  • De vaaf ziekers: de beeldengroep Fontein der geknielden van George Minne, op het Emile Braunplein in het centrum van Gent
  • Devuure: 'k e pertaang maan devuure gedoan (plicht)
  • D'ewwe: de ouwe (bijnaam voor de oudste kassière in een grootwarenhuis) (Goome baa d'ewwe auf baa de dikke? We zumme moir baa d'ewwe goin - Gaan we bij de ouwe of bij de dikke? We zullen maar bij de ouwe gaan)
  • D'ewwebaalge: de oud-Belgen (veelal verkeerdelijk begrepen als: "de oude Belgen") (nenewwembaalg: "een oude Belg")
  • D'ewweboine: de oude baan (als men de autosnelweg (de "autostrade") niet wil berijden neemt men de "oude baan", d'ewweboine)
  • D'ewwevaangdooge: de ouden van dagen (de al-niet-meer-zo-jonge mensen, mensen van leeftijd)
  • Diefol: ratjetoe, warboel, chaos, dooreengesmeten hoop
  • Dikkenekke: persoon die zich voordoet als iemand van hogere komaf, elitair voorkomen (zie ook: Chikeelurre)
  • Doengderbiestses: kleine insectjes die zich vooral tijdens warme zomermaanden laten zien (donderbeestjes, tripsen)
  • Douneinge: vrouwelijke partner, lief (iemand om het mee te doen: een "doening")
  • Draakeuneinge: driekoningen
  • Draalaaje: Drie Leien (wijk ten zuidwesten van Gent, in de Assels nabij Afsnee en Drongen)
  • Dretspap: zootje, half vast / half vloeibaar mengsel, braaksel met een bepaalde PH waarde en een overeenkomstige geur, uiterst beperkte en danig afstompende dagdagelijkse playlist van "blits" radiostation (zie ook: Kjoumjouzyk)
  • Dreupelkot: onderkomen waar men sterke drank kan proeven
  • Driege: dreigen
  • Droenge: Drongen, gemeente ten west-zuidwesten van Gent
  • Droikoengte: meisje dat door behaagzucht mannen opwindt en zich aan hun aanzoek onttrekt (draaikont) (Engels: hard-to-get)
  • Druugekluut: saai nors iemand (drogekloot)
  • Dubbolgenot: persoon met geprononceerd uitziend beendergestel
  • Dubboltuupe: Aa sloeg dubboltuupe vaang 't lache oastaa da d'uurdege (dubbelgebogen)
  • Durpol: dorpel
  • Duu(d)zaintse: doodsprentje (zaintse = sintje)
  • Duum: damp (doom)
  • Dwis: dwars, niet meegaand, tegendraads
  • Dydzee (Didier) (ook: deejay)
  • Dydzee den dydzee: Didier de deejay
  • Dyksjonir: woordenboek (van het Frans: dictionnaire)
  • Dyngmartej (Dean Martin)
  • Dyskoengtauvout: discontovoet (de term discontovoet was in de jaren 1979 en 1980 veelvuldig te horen in het Nieuws op de Vlaamse radio en televisie. Helaas... veel Vlamingen, alsook Gentenaars, vroegen zich dagelijks af wat "discontovoet" moest voorstellen)
  • Dyvekerreke: transportmiddel om dieven mee te vervoeren (dievenkarretje)
  • Dzas / Dzjas: drumstel (zie ook: blekmezyk - "blik-muziek")
  • Dzaudzeksoeng (Joe Jackson)
  • Dzeems (James)
  • Dzeemsboengt (James Bond)
  • Dzeemsdyng (James Dean)
  • Dzeen (Jane)
  • Dzeenbyrkyn (Jane Birkin)
  • Dzeenfoengda (Jane Fonda)
  • Dzerylouwys (Jerry Lewis)
  • Dzerylylouwys (Jerry Lee Lewis)
  • Dzoeng (John)
  • Dzoengeursol (John Herschel) (legendarisch astronoom die de zuidelijke hemisfeer van de sterrenhemel onderzocht en telescopisch waarneembare objecten uitvoerig heeft gecatalogiseerd)
  • Dzoengfauks (John Foxx, van de New Wave groep Ultravox) [2]
  • Dzoengkeedz (John Cage)
  • Dzoengkeel (John Cale)
  • Dzoengmassys (John Massis)
  • Dzoengwenne (John Wayne)
  • Dzuubauks: jukebox (elektromechanisch toestel waar allerlei 45-toeren singeltjes in verborgen zitten, en door het indrukken van toetsen met bepaalde letter en cijfer combinaties ten gehore kunnen worden gebracht) (de Wurlitzer jukebox is een collector's item)
  • Dzydzykeel (J.J. Cale)
  • DzydzyvaangdemBLOZAU (liedje dat rond 1975 werd gezongen naar aanleiding van Dalida's Gigi l'amoroso) (BLOSO of B.L.O.S.O. was een vereniging voor sportgerelateerde aktiviteiten in het Gentse onderwijs) (bron: school lager onderwijs Neermeerskaai-Gent, de Bollekensschool, de leerkrachten zongen op een schalkse en Gentse manier Gigi van den BLOSO)
  • È / èang: hebben
  • Eedse (kleine Eddy, kleine Edgar, kleine Edmond, kleine Eduard, kleine Edward)
  • Eeletryk / eelentryk: elektriciteit (zie ook: struum)
  • Eeletrysjej: elektrotechnicus (Frans: electricien) ("elektrieker")
  • Eenendevuuder: een eind verder
  • Eesezaadadde?: heeft zij dat?
  • Eesydysy (AC/DC)
  • Eetjaadadde?: heeft hij dat? (ook: eet hij dat?)
  • Ekspau achtevaaftech: Expo 58
  • Ekspaur: Export (legendarisch bier)
  • Eksteruuge: likdoorn
  • Ende: hemd
  • Erkuul: Hercules (sterrenbeeld)
  • Er-Tee-El 't es gou 't es gou (Gentenaars die rond het einde van de jaren 70 van de twintigste eeuw veel naar de Luxemburgse televisie keken (RTL), hoorden, in plaats van RTL c'est vous c'est vous, "RTL 't is goed 't is goed")
  • Ertefritter: ergerlijk persoon (hartenvreter) (esmaadanenertefritter van ne veint!)
  • Espeweuste: hespenworst
  • Eetzak: maag (g'het de koemplemente van maanen eetzak)
  • Espres: opzettelijk
  • Eujmaate: hooimijt (persoon met het kapsel van Brian Jones, oprichter van The Rolling Stones) (gelijkend op een hooimijt)
  • Euneink: honing
  • Ewwe klaiver / nenewwe klaiver: oude arme persoon
  • Ewwe-joenge dauchter: een bepaald type vrouw dat niet aan de normale voorwaarden voldoet
  • Ewwendaiker: oude vent ("oude duiker", tesnenewwendaiker) (kluup vaang d'ewwe daikers, club van de oude duikers)
  • Faangtaumas: Fantômas (fictief grijsblauwkleurig figuur uit de onderwereld waarrond in de jaren 60 van de twintigste eeuw enkele films zijn gemaakt) (mannelijke televisiekijkers zaten zich destijds vooral te vergapen op de blonde haren van de Franse actrice Mylène Demongeot, een soort vervangdiva van Brigitte Bardot)
  • Faat: feit
  • Faate: fout
  • Fakteur: postbode
  • Fanfare vaang smiraup (Fanfare van smeerop: schertsende bijnaam voor fanfare met oubollig voorkomen waarvan de beschonken leden voornamelijk hoempapamuziek spelen) (Oompa radar van Goldfrapp)
  • Fanfreluchkes: wansmakelijke versieringen
  • Farde: kaft
  • Fernaangdaal (Fernandel)
  • Fiskadijn: zoon van welstellende ouders (fils à papa) (rijkeluiskind dat zich, mits overmatig drankmisbruik, samen met andere rijkeluiskinderen steeds vermaakt tijdens danig uit de hand lopende studentendopen, waarbij dieper liggende dierlijke driften naar de oppervlakte komen en ongeremd uitspatten)
  • Flaangbreezyljej: Flan Brésilienne
  • Flaukaat: neus (kaisteuflaukaat, kuis je neus)
  • Flaukbustol: borstel
  • Flauke: sigaret (aa ruukt d'iene flauke achter d'aangdere) (zie ook: steinkstauke)
  • Flauraangse (Florence) Zie ook: Aurtaangse (Hortence)
  • Flauraangse en de masyne (Florence and the Machine)
  • Flytpoempe / Vlytpoempe: Flitspuit (ouderwetse spuitpomp om insecten mee te bestrijden, van het Amerikaanse merk FLIT [3])
  • Foengs (Fons / Alfons / Alphonse)
  • Foukounjee (Fauconnier; een bedrijf gespecialiseerd in brandstoffen, tot midden de jaren 70 van de twintigste eeuw gevestigd in de Krijgsgasthuisstraat te Ekkergem-Gent, daarna werd het gebouw en het atelier in beslag genomen door de Plantsoendienst van Stad Gent)
  • Fraangse panne: frangipane ("Franse pan")
  • Fraangswa (François)
  • Fraangswaglaurjeu (François Glorieux)
  • Fraangswaize (Françoise)
  • Fraangswaizardy (Françoise Hardy)
  • Fraangswaizesagaang (Françoise Sagan)
  • Fraangsys: Francis
  • Fraangsysbee (Francis Bay) (taurkest vaang Fraangsysbee - het orkest van Francis Bay)
  • Fraintsebaaverdyne (een Frankje bijverdienen, uit de tijd dat de Euro nog niet bestond)
  • Frein: rem
  • Freule: juffrouw (van het Duits: Fraulein)
  • Fryzydir: Frigidaire [4]
  • Fuure: kermis (foor)
  • Fydaal / Fydeel (Fidel)
  • Fydaalkastrau / Fydeelkastrau (Fidel Castro)
  • Fyjaangsestyntses: relatief kleine muurtegels voorzien van glazuurlaag, dikwijls met kleurrijk design
  • 't Fyr in den baik: het vuur in de buik (een kanker-gerelateerde ziekte omstreeks het gedeelte van het lichaam waar zich het spijsverteringsstelsel bevindt)
  • Fyte: lek
  • Fyzyjater / fieziejater (sommige Gentenaars hebben moeite met het uitspreken van het woord Psychiater, en zeggen dan maar "fyzyjater" of "fieziejater") (ergens verwant aan het Antwerpse "menier den douktaur" syndroom)
  • Gaagruutenail! (jij grote uil !) (bron: speelplaats school Neermeerskaai-Gent, midden de jaren '70 van de twintigste eeuw)
  • Gaangtwoize: Gantoise (KAA Gent) (zie ook: Buufalaus)
  • Gaaonnuuzelendwoizekluut! (jij onnozele dwazekloot!)
  • Gabbe: hoofdwond
  • Gaddevo!: Hou je gereed! (van het Frans Garde Vous!)
  • Gafroengteerd: ontdaan zijn (zie ook: Afroengte)
  • Garsoeng: Garçon
  • Gatlekker: persoon die alles doet voor zijn baas, en zich overdreven vriendelijk gedraagt (hielenlikker, kontkruiper, kontlikker, slijmbal, slijmerd, vleier)
  • Gaurdaane: gordijn.
  • Gazette: krant
  • Gekeumaanezakaupbloize! ("je kunt mijn zak opblazen!") (met andere woorden: je kunt van mijn part de boom in) (ook: moitseuj, wildegaawaalnekiermaakluutekusse! - maatje, wil jij wel eens mijn voortplantingsorgaan kussen!)
  • Gekeunterdestroitemeelegge ("je kunt er de straat mee leggen") (een veel gehoorde opmerking gedurende het einde van de twintigste eeuw, omtrent de groeiende hoeveelheid afgestudeerde secretaresses waarvan hun aantal zodanig hoog lag dat ze overeenkomstig waren met het aantal kasseien in het stratenplan van het centrum van Gent)
  • Gelygtgelaakdampirtschaat! ("Je liegt zoals een paard zijn behoefte doet!")
  • Gelygt, 'k sietaanttrekkevaaneunuisgoite! ("Je liegt, ik zie het aan het trekken van uw neusgaten!") (het gedrag van een bepaald persoon blijkt doorgrondelijk te zijn, alnaargelang de stand van diens neusgaten, waarbij de ogen van de persoon naar het achterplan verschoven worden)
  • Gemattelasseerd: gewatteerd
  • Geromte: skelet ("geraamte")
  • Gerre: spleet, kier, reet, gierige vrouw, vagina (ter kaum veel trauk vanait dy gerre!)
  • Gesgiete: domme vrouw ("grasgeit")
  • Gèslaaje: Graslei, nabij het centrum van Gent
  • Gestaampte patatte: aardappelpuree ("gestampte aardappelen")
  • Getsyp: geschrei (Est nu hoast gedoan mee ulder getsiep? Staks es 't overstrumeinge)
  • Gettertaintsevaangwichgaa ("ge hebt er het handje van weg jij") (wat zoveel wil zeggen als: het is ook het enige dat jij goed kunt)
  • Gewfis: goudvis
  • Gewt: goud
  • Gezaatervetmee ("je bent er vet mee") (met andere woorden: denk je dat je daar een rijker persoon door geworden bent?)
  • Giddere: binnensmonds lachen (binnenpretjes die kleine korte schudbewegingkjes van het lichaam veroorzaken)
  • Giene noogol veraang zaa gat te schairte ("geen nagel om aan zijn achterwerk te krabben") (met andere woorden: hij kan het zich zelfs niet permitteren om eenvoudige hulpmiddelen te kopen)
  • Giene vette (niet echt iets om over naar huis te schrijven) ("geen vette")
  • Giene zuuste (iemand waarvan men veronderstelt dat betreffend persoon ze niet alle vijf op een rij heeft) ("geen juiste")
  • Gienienendwoizekluutdysaampaurtefoulinoengsboitesteekt! ("geen enkele dwazekloot die zijn portefeuille in ons brievenbus steekt!") (gefrustreerde mensen die niet gemakkelijk aan geld geraken, omdat ze werkschuw zijn, verwachten op de één of andere manier dat er plots, op wonderlijke wijze, een met geld gevulde portefeuille in de brievenbus zal liggen)
  • Giestege meulenirre: persoon met vreemdsoortige gedachtengang ("geestige molenaar") (gaa zaaduuk ne giestege meulenirre gaa!)
  • Giete: geit
  • Gietepouper: verwijfd persoon met hoge stem
  • Gioltegaangs: helemaal, volledig
  • Girnoirt: garnaal (Brengt een koirtse kilau girnoirt mee, kwart kilo garnaal) ("geernaart")
  • Girrebaa (wordt gezegd van iemand die met een gezicht rondloopt dat boekdelen spreekt) ("graag erbij")
  • 't gloizestroitse: het Glazen Straatje (de Pieter Vanderdoncktdoorgang tussen de Brabantdam en de Vlaanderenstraat, een bekend oord van prostitutie in Gent)
  • Goarenendes: kluwen draden afkomstig van versleten kledij
  • Goitaazaanemykrau aupeete? (gaat hij zijn microfoon opeten?) (Gentenaars keken in de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw relatief veel naar de Franse televisie, en het viel daarbij telkens op dat tijdens de talkshows de vrij grote microfoons dicht tegen de monden werden gehouden, in zodanige mate dat de monden zo goed als onzichtbaar waren)
  • Gotfrytfaangbouljoeng: Godfried van Bouillon (Gentse kinderen die omstreeks de jaren 70 van de twintigste eeuw naar school gingen dachten dat de persoon Godfried van Bouillon iets te maken had met soep, en schreven wel eens: Godfried van den Unox) (bron: lagere school Neermeerskaai, Gent)
  • Goucheweete, versgescheete! (uitlating om te laten horen dat iemand groot gelijk heeft)
  • Grepmaure: modder in het gedeelte tussen de rijweg en het voetpad
  • Greppe: lager gelegen gedeelte tussen de rijweg en het voetpad, met afvoer voor regenwater
  • Groung: groen
  • Groungsol: groente / groenten ("groensel")
  • Groungsolmaurt: Groentenmarkt ("groenselmarkt")
  • Groungsolsoupe: groentesoep ("groenselsoep")
  • Groungsolweinkolke: kruidenierszaakje ("groenselwinkeltje")
  • Grouze: pijn in de onderbenen na lange wandeling
  • Gruutachteruuft: groot achterhoofd (persoon wiens achterhoofd als een soort geprononceerd bijgebouw fungeert, vanboven aan de achtergevel van het eigenlijke hoofd)
  • Gruutembir: Grote beer (sterrenbeeld waartoe de steelpan behoort)
  • Gruutenoengt: Grote hond (sterrenbeeld waartoe Sirius, de helderste ster in de sterrenhemel, behoort)
  • Gruutuuftkleingat: groot hoofd - klein achterwerk (persoon wiens hoofd alle aandacht opeist, terwijl de rest van het lichaam, in het bijzonder het achterwerk, een eerder bescheiden of bijkomstige rol mag of moet spelen)
  • Grylde: hek of rooster gemaakt van dunne metalen staven of buizen
  • Gualder: jullie (ualder = hun / wualder = wij / zualder = zij)

Woorden en uitdrukkingen beginnend met de letter H zijn in het Gentse dialect zo goed als afwezig, in West-Vlaanderen echter is de letter H prominent aanwezig daar de letter G er onbestaande is. Een West-Vlaming zegt dan ook steeds Hent in plaats van Gent

Studerende "Gentenaars" zijn West-Vlamingen die koste-wat-kost willen uitblinken en alcohol consumeren. Rasechte Gentenaars proberen gewoon, desnoods als arbeiders, te werken om hun boterham te verdienen. Het komt erop aan om dagelijks het nodige rantsoen en soelaas ter beschikking te hebben, alsook onderdak en bescherming tegen de winterkoude

Zich in de arbeidersklasse bevindende rasechte Gentenaars worden vierkant uitgelachen door hoger opgeleide en tot "professor" gebombardeerde West-Vlamingen die de stad Gent als een soort kermisattractie aanzien. Rasechte Gentenaars zien de "professoren" dan ook van ver afkomen.

  • Iefer / scholiefer: onderwijzeres ("schooljuffrouw")
  • Iefrewwe: juffrouw (in sommige andere Vlaamse dialecten klink het woord juffrouw als ieafrau)
  • Iemer: emmer (neniemerstuum) (luupe, goinol maa nekier neniemer stuum) (aan beginnende jonge arbeiders met een schoolse instelling (groentjes) werd wel eens gevraagd om voor hun ploegleider algauw een emmer stoom (hete waterdamp) te halen, gevolgd door hoongelach van de "anciens") (ook werd soms gevraagd om een "solsleutel" te halen)
  • Ienaatswuste: eenheidsworst (de kans dat echte Gentenaars het woord eenheidsworst gebruiken is bijzonder klein, in hun eigen dialect uitgesproken is het dan ook zo goed als onbestaande)
  • Ieste: eerste
  • Ietekouke: pannekoek ("hete koek")
  • Ikdurveweddedaddegaanaugnoujtdepreutevanewaafvaandichtegezynet ("ik durf wedden dat jij nog nooit de vagina van een vrouw van dichtbij hebt gezien") (een afgestudeerde en gediplomeerde schoolverlater krijgt van de al iets oudere werknemers die "alles al gezien hebben" de goede raad dat hij nog ENORM veel moet leren, ook al heeft hij de school, of de universiteit, voorgoed achter zich gelaten)
  • Ikpaazdegezuubaamaanaage ("ik dacht zo bij mezelf") (paaze = denken)
  • Intruupteur: aan-en-uit knop, bijvoorbeeld van binnenhuisverlichting
  • Irappols: aardappelen (zie ook: irpol)
  • Irbeeze: aardbei
  • Irbeezetoirte: aardbeientaart
  • Irdewigske: aardeweggetje (ongeasfalteerde rijweg)
  • Irflaps: oren
  • 't irnespleintse: Heernisplein, Sint-Amandsberg
  • Irpol: erpel (aardappel)
  • Irweete: erwt
  • Irweetsoupe: erwtensoep
  • Jaangzaamboeng (Jan Jambon)
  • Jagoujenappol! (Ja, goede appel!) (wordt gezegd als men plotsklaps met een veeleisende kwestie te doen krijgt)
  • Jakweetnaunyse! (Ja, ik weet het nog niet hoor!) (wordt gezegd als een bepaalde situatie of gebeurtenis, of bepaald persoon, uitermate bizar overkomt)
  • Jalaukaukau! (Ja hallo, Koko!) (bron: school middelbaar onderwijs Wispelbergstraat-Gent, 1978)
  • Jamaanejoengene! (Ja, mijn jongen!)
  • Jamaaneskes! (Ja, mijn hersentjes!), of: amai maaneskes!
  • Jawadde! (wordt gezegd gedurende een moment van verbazing) (Jawadde was ook de naam van een Gentse groep, die o.a. het nummer Mina, schuune ballerina hadden uitgebracht, nadat ze het nummer Nina, Pretty Ballerina [5] van ABBA hadden gehoord)
  • Joch (ja, jij bent het), ook: Baajoch! / Waalbaajoch!
  • Joj (ja, hij is het), ook: Baajoj! / Waalbaajoj!
  • Jois (ja, zij is het), ook: Baajois! / Waalbaajois!
  • Joins (ja, zij zijn het), ook: Baajoins! / Waalbaajoins!
  • Joit (ja, dat is het), ook: Baajoit! / Waalbaajoit!
  • Jok (ja, ik ben het), ook: Baajok! / Waalbaajok!
  • Jom (ja, wij zijn het), ook: Baajom! / Waalbaajom!
  • Kaak kaak, nen twydekker! (kijk kijk, een tweedekker!) (bron: Arsène)
  • Kaases: kousen (Gentenaars die niet echt vertrouwd zijn met het Vlaams of het Nederlands zetten dit woord om naar "kijses" of "kijsens")
  • Kaater: Kouter (Gentenaars die niet echt vertrouwd zijn met het Vlaams of het Nederlands zetten dit woord om naar "Kijter")
  • Kaazerkoirol: Keizer Karel
  • Kaba: boodschappentas
  • Kabaater: kabouter (Gentenaars die niet echt vertrouwd zijn met het Vlaams of het Nederlands zetten dit woord om naar "kabijter")
  • Kabbolaangtenne: kabelantenne (ook Gentenaars schakelden gedurende de tweede helft van de jaren 70 van de twintigste eeuw over naar de kabelantenne toen alle televisieantennes vanboven op de daken van de huizen een voor een aan het verdwijnen waren) (in die tijd hadden nog niet alle televisiekijkers kleurentelevisie, en er werd wel eens verteld dat zwart-wit kijkers hun antenne vanboven op hun dak in velerlei kleuren schilderden, om aldus van de kleurenpracht op hun televisiescherm te kunnen genieten, alhoewel de kleuren steeds in elkaar heen vloeiden als het buiten aan het regenen was)
  • Kadaail: kadeil (ook: Lawaat)
  • Kaiserigge: kuisvrouw (ook: 't maase)
  • Kajee: schrift of schriftje (afkomstig van het Frans: Cahier)
  • Kajotsterke: jong meisje met typisch schoolse eigenschappen
  • Kakkenestse: jongste telg in kroostrijk gezin (jongste kind, het nakomertje)
  • Kalfaat: onnozel persoon
  • Kalle: dwaas overkomende vrouw
  • Kameroit Schooveleink: "vriend" (kameraad schaaveling)
  • Kamioeng: vrachtwagen
  • Kanasjirke: aktentasje / boekentasje
  • Karau: vierkant
  • Karautse: vierkantje
  • Karoize: moed (van: courage)
  • Kasjuusklee: Cassius Clay (Muhammad Ali)
  • Kastoinders: kastanjes (Gentenaars die niet echt vertrouwd zijn met het Vlaams of het Nederlands zetten dit woord om naar "kastaanders")
  • Kastrolle: casserole
  • Kattekaup: verdeelstekker ("kattenkop")
  • Kattekismus: catechismus
  • Kaubau: cowboy (sommige Vlaamse dialecten hebben het over een kojboj, of koojbooj)
  • Kaubau zoengder pirt: cowboy zonder paard (persoon met O-benen, zoals een cowboy die paardloos te voet moet gaan) (ook: het bejaarde nonnen syndroom, die hebben eerder V-benen)
  • Kaudzak (Kojak) (Amerikaanse televisieserie waarin een kaalhoofdige man steeds een lolly in zijn mond herbergt)
  • Kaukakaula: Coca-Cola (in Gent zegt men ook wel Kautsekaula)
  • Kaumisse: boodschap (zie ook: aum kaumisse goin, om boodschappen gaan)
  • Kaupe: spin
  • Kaupejooger: borstel op lange stok om spinnewebben en stofnetten te verwijderen (spinnenjager)
  • Kaupenette: spinneweb, stofnet
  • Kaupolmoit: collega om mee samen te werken (koppelmaat) (bron: Academisch Ziekenhuis (A.Z.) te Gent, jaren 70-80 van de twintigste eeuw)
  • Kaurentebruut: rozijnebrood (sommige Vlaamse dialecten hebben het over een beezebootrammeken)
  • Kaurnisse: dakgoot
  • Kaurona Baureejalys: Corona Borealis (het sterrenbeeld Noorderkroon)
  • Kaurona Ostralys: Corona Australis (het sterrenbeeld Zuiderkroon)
  • Kaursebloize / keursebloize: roodkleurige aandoening op een bepaald gedeelte van de mond omstreeks de onder- of bovenlip, gepaard gaande met een irriterende korst
  • Kaursemeter / keursemeter: thermometer om de lichaamstemperatuur af te lezen
  • Kaurses / keurses: koorts
  • Kauvytneegoengtyne: COVID-19 (joj, volgesdakguurdè zoutaauuk kauvytneegoengtyne moutenè - ja, volgens ik gehoord heb zou hij ook COVID-19 moeten hebben)
  • Kaweetse: K-Way (bron: school lager onderwijs Neermeerskaai - Gent, "Bollekensschool" (rond 1975), alhoewel het spreken van het Gentse dialekt er strikt verboden was werden heel wat Gentse en Gents klinkende woorden gebruikt, zelfs door de leerkrachten)
  • Keinkol: kinkel
  • Kendegaadadde? ("ken jij dat?") (dadde ("dat") is de aanduiding voor een persoon die totaal onbekend is, en waarvan men tracht te weten te komen wie dit feitelijk is door aan iemand anders te vragen wie "dat" zou kunnen zijn) (tijdens het stellen van deze vraag kijkt de vraagsteller met een afkeurende zijwaartse blik die boekdelen spreekt en aan het wufte geluid van een platvloerse saxofoon doet denken, zoals in het stukje Epistrophy, uitgevoerd door The Lounge Lizards)
  • Ketwyzol (Catweazle) (eej, edde gisteruuk noir ketwyzol gekeeke? - zeg, heb je gisteren ook naar Catweazle gekeken?)
  • Keuneink: koning
  • Keuneinginne: koningin
  • Keurte broukskes (korte broekjes) (typerende klederdracht van arbeiders in een bepaald auto-assemblagebedrijf in de Gentse haven, omstreeks de Langerbruggestraat, de Kennedylaan, en de Geeraard Van Den Daelelaan)
  • Keusneumaanuurepjero! (Kus nu mijn oor, Pierot!) (wordt gezegd als men plots verbijsterd is omtrent een bepaalde situatie of gebeurtenis)
  • Keustekluute! (equivalent van: de pot op!)
  • Keutolsplinters: hetgeen vanonder aan de bril van de W.C. blijft hangen en opdroogt, in zodanige mate dat schoonmakers moeite hebben om het te verwijderen (bron: schoonmaakploeg Stad Gent)
  • Kindervwaituure: niet-gemotoriseerd doch van wielen voorziend transportmiddel om pasgeborene mee te vervoeren
  • Kirmesse: kermis
  • Kirmesse in d'aale: kermis in de hel (neerslag gedurende zonneschijn)
  • Kirmesweeze (persoon met een gezicht dat vrolijkheid uitstraalt)
  • Kirnemaalk / kirmaalk: karnemelk
  • Kirmaalkpap: karnemelkpap (ook: babeurpap)
  • Kirvolsoupe: kervelsoep
  • Klaanembir: Kleine beer (sterrenbeeld waartoe de poolster behoort)
  • Klaanenoengt: Kleine hond (sterrenbeeld)
  • Klaiver: kluiver (gaazaamaatauguukneklaiver!, jij bent mij toch ook een kluiver!)
  • Klakke: klak, pet
  • Klark: heftruck
  • Klaukeroulaangt: Klokke Roeland
  • Klauzeguust: clown, mal persoon, flauwe plezante (ook: zaintsewuale)
  • Klets: kaaksmeet (kooksmeete, ook: ne lap aup eu weeze)
  • Kletsuuft: kaalkop (kaalkoppen dragen meestal een klakke)
  • Kliggeweirindezaaje (ik lig weer in de zijde, wat zoveel wil zeggen als: ik voel mij zodanig slecht dat ik evengoed in een doodskist kan liggen)
  • Klodde (Claude)
  • Klois: Sint Nicolaas / Sinterklaas
  • Klotfraangswa (Claude François)
  • Kluut: kloot (dyneradyauaangvyrkaangtmaakluutenait - "die radio hangt vierkant mijn kloten uit") (op de werkvloer roept het "blitse" radiostation kjoumjouzyk dagelijks een afmattende en slaapverwekkende gemoedsgesteldheid op die er voor zorgt dat het bij velen vierkant de kloten uithangt, maar dat mag niet luidop gezegd worden)
  • Kluutperwéé (Claude Perwez, ook gekend als Kloot Per W)
  • Knousol: enkel (lichaamsgedeelte net boven de voet)
  • Kodakske: fototoestelletje (gerelateerd aan het merk Eastman Kodak)
  • Koddazuur / Kottedazuur: Côte d'Azur
  • Koddeke: klein, bijna onzichtbaar staartje van een hond
  • Koempasse: medelijden (heeft in 't geheel niets te maken met een kompas)
  • Koemplykoise: complicatie
  • Koempuuter: computer (sommige Gentenaars alsook mensen met andere Vlaamse dialecten vertikken het om het woord computer uit te spreken als kompjoeter, en zeggen steeds "kompuuter", zoals ook het woord barbecue ("barbekuu")
  • Koengferaangse: conferentie
  • Koengfou (de Amerikaanse televisieserie Kung Fu)
  • Koengfroengtoise: confrontatie
  • Koengfytuurewaak: Confituurwijk (een bepaalde wijk met een reputatie in het Gentse)
  • Koengglaumeeroise: conglomeratie
  • Koengmeniezoeng: combinaison (onderjurk)
  • Koengsumoise: consummatie
  • Koengtamynoise: Contaminatie
  • Koengte: kont / achterwerk
  • Koengtergewicht: tegengewicht (van het Frans: contre = tegen)
  • Koengteur: teller
  • Koengteverkiert: hopeloos verkeerd
  • Koengtrebuusebrugge: Contributiebrug (tussen de Nieuwe Wandeling en de "Duizend Vuren", Ekkergem-Gent)
  • Koengtrefouzele: iets uitvoeren dat niet door de beugel kan, iets bekokstoven
  • Koengvenobol: passend
  • Koengzeepeejee: betaald verlof (Frans: Congés payés)[6]
  • Koine: hetgeen een vrouw wel eens op een schertsende doch ook liefkozende manier zegt tegen haar man
  • Koirpol: karper
  • Koirtsenoirdendraaje: kwart na drie, 3:15 (het moment in de nacht dat radiogestuurde wandklokken terug "beginnen" na een negen minuten lang durende tijdskorrektie waarbij de grote en de kleine wijzers alletwee op 0:00 blijven staan)
  • Koirtse van kakke, dou uwwe moengt aupe en 't zal 't erin zakke (nadat men iemand vraagt hoe laat het is)
  • Koljeetse: kettingkje met juweeltje om rond de nek te dragen
  • Kolmarsjaang: kolenhandelaar / kolenverkoper
  • Kolschuppe: dokwerkershanden (grijpgrage handen van potige kerels), ook: ongesneden teennagels ("kolenschoppen"). Om het syndroom van grote loshangende en wapperende grijpgrage handen te vermijden werd de smartphone uitgevonden, om daarmee de indruk te wekken dat potige kerels op een geconcentreerde manier met digitale technologie bezig zijn inplaats van het smeden van snode plannen om op wufte vrouw-onvriendelijke manieren weelderige bolvormigheden te betasten en er in te knijpen. Ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders lopen praktisch altijd aan hun manchetknopen te friemelen omdat hun handen er anders op een nutteloze manier bijhangen, hetgeen een ietwat onbehouwen of onbeholpen indruk geeft (het Mr. Bean effect)
  • Koltou: lijm, ook: plakkatief
  • Kooksmeete: oorveeg
  • Koovente: bed, slaapplaats
  • Kopobol: in staat om iets te doen of om iets uit te voeren (van: capable)
  • Kotee: oord, plaats (Frans: coté)
  • Kotee Nyverance (het "Franstalig" antwoord op de vraag Woirgoidenoirtou? (Waar ga je naartoe?), naar "Coté Nergens") (Nyverance is de "verfransing" van het Gentse woord Nyveraangst)
  • Kouloembau (Columbo)
  • Kottedaur: Côte d'Or (chocolade)
  • Kour / koer: ommuurd achterplaatsje in de openlucht waar meestal een urinoir te vinden is
  • Koureur: wielrenner
  • Koursmasyne: wielrennersfiets ("koers machine")
  • Kourzotau: Formule-1 wagen (wagen om enkel de daarvoor aangelegde circuits mee te berijden) ("koers auto")
  • Kouse / koese: verflaag
  • Kozze: neef / kozijn (Engels / Frans: cousin)
  • Kraumenaalebauge: Krommenelleboog (straat tussen de Coupure Rechts, de Lieven de Winnestraat, de Stoppelstraat, en de Twaalfkamerenstraat, in Gent)
  • Kriejoeng: potlood (Frans: crayon)
  • Krim: consumptie-ijs
  • Krouske / kroeske: bekertje
  • Kroutsef (Nikita Chroesjtsjov)
  • Ksavjee (Xavier)
  • Kualderscholke: schooltje voor wezen (kualders) (was gelegen aan de Martelaarslaan/Offerlaan - Gent)
  • Kuinternaugveelgaaldaitsloj, of: Kuinternaugveelgaaldmeeverdyne (je kunt er nog veel geld uit slaan / je kunt er nog veel geld mee verdienen) (iemand zal pas echt voor vol worden aanzien als hij of zij veel geld uit iets kan slaan of veel geld kan verdienen door niks of betrekkelijk weinig te doen) (iemand die "binnen" is)
  • Kurtewooge / keurtewooge: kruiwagen
  • Kuuale: kool (bloemkool, rodekool: blaumkuuale, ruukuuale)
  • Kuulau (van het Frans: culot) (aa ee veel kuulau - hij heeft het goed zeggen), ook: Toupee
  • Kuurblaume: korenbloem
  • Kuurmaurt: Korenmarkt
  • Kuutse (als een hond moet zitten: aup eu kuutse)
  • Kyke: kip (gaazaamaatauguuk eenkyke gaa! - jij ben volgens mij toch ook een kip!)
  • Kykekwiekeraaje: kippenkwekerij
  • Kykepuut: kippenpoot (bijnaam voor de hemelse begeleider die, eens we hier niet meer zullen zijn, ons in het hiernamaals wegwijs zal maken)
  • Kykevlies: kippevel
  • Kyntse: kindje (het zoontje of dochtertje in een gezin zal ten opzichte van de gezinshond of de gezinskat steeds het "kindje" zijn) (vader = boiske, baasje) (moeder = vrewke, vrouwtje)
  • Kyntseskwieker: de brave huisje-tuintje-boompje man, zich steeds keurig gedragend en enkel aan gezinsuitbreiding denkend (een "kindjeskweker") (bron: fotogravure Color Studio, Raas van Gaverestraat - Gent, einde van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Kyntsessaiker: doopsuiker ("kindjessuiker")
  • Kyvyve (aup eu kyvyve zej - op uw hoede zijn)
  • Laaf: lijf (blaaf va maa laaf! - blijf van mijn lijf!)
  • Laampadirre: lampekap
  • Laangzamstroeng (Lance Armstrong) (de wielrennende astronaut op de maan, althans volgens heel wat bezoekers van volkssterrenwachten) (zie ook Louis Armstrong: de trompetspelende astronaut op de maan) (alsook Neil Armstrong: de "akteur-die-moest-doen-alsof-hij-op-de-maan-liep")
  • Lahir: ruzie, boel (van het Frans: La Guerre)
  • Laizegevecht / 't laizegevecht: Het luizengevecht (19de eeuws arbeidersbeluik in de Brugse Poort, het noordwestelijk gedeelte van Gent)
  • Lakker / lakkerke: medisch verantwoorde pleister voorzien van "onopvallende" huidskleur
  • Lappeloewieze! (uitlating na zien of horen van minder goed nieuws)
  • Laucht: hemelgewelf, buitenlucht
  • Lauchte / lauchte Gentenirre: bijnaam voor iemand afkomstig uit Gent (bron: Belgisch leger, Kwartier Noord - Brasschaat, 1985-1986)
  • Lauchteing: tuin
  • Lauchteingterters: schoeisel om mee in de tuin of op het erf te lopen
  • Lauraangsaulyvjee (Laurence Olivier)
  • Lauze / de lauze: de Loge (Vrijmetselarij) (in Onderbergen te Gent, recht tegenover Het Pand, bevond zich in de jaren 60 van de twintigste eeuw een afdeling van de Loge, alwaar tal van hoogwaardigheidsbekleders en andere mensen met een zeker aanzien, in het diepste geheim de kunst uitoefenden van het consumeren van alcoholische dranken)
  • Lawaat: lawaai (ook: kadaail)
  • Leinkoirt: een lepe smeerlap (iemand met een verkeerdelijke vorm van intelligentie die zijn slimheid op een linke manier gebruikt) ("linkaart")
  • Lekkerkouke: honingkoek ("lekkerkoek")
  • Lekstauk: lolly ("lekstok")
  • Leute: plezier (ook: amuuzeleute)
  • Liere: ladder ("leer")
  • Loiteugoj mee eu ol aup de route (laat je gaan met je achterwerk op de spoorweg) (of: laat je gaan met je achterwerk op het tramspoor) (met de snelheid van het nummer Wangling van The Lounge Lizards)
  • Loitmaagezoengt! (laat mij gezond!) (wordt gezegd als iemand iets vertelt waarvan men ziek zou kunnen worden)
  • Loutse: schattebout ("loetje")
  • Louwyamstroeng (Louis Armstrong) (die volgens een groot aantal bezoekers van volkssterrenwachten de maan heeft bewandeld en er tevens op zijn trompet heeft gespeeld, alsook Lance Armstrong die de maan heeft bereden op een wielrennersfiets) (Neil Armstrong was slechts "een-akteur-die-moest-doen-alsof-hij-op-de-maan-liep")
  • Louzen: borsten (ook: tetten)
  • Louzekaba: bustehouder (ook: tettekaba)
  • Lurre: vrouw met schabaarlijk voorkomen
  • Luuse!, of: LUUSEUJ !!! (een in 't geheel niet-viriele bijnaam voor iemand wiens voornaam Luc is, de bijnaam "Luuse" heeft iets zwalperigs of met-water-gevulde-ballon achtigs) (dit ballon-aspekt komt ook aan bod in sommige foto's van de Duitse gitarist Lutz Ulbrich, "LÜÜL")
  • Lyoengsytroung (Léon Zitrone, Russisch-Franse televisiepersoonlijkheid) [7] (Gentenaars die destijds, in de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw, veel naar de Franse televisie keken hadden het wel eens over "Léon Citroen")
  • Maajkol (Michael) (de Engelse of Amerikaanse versie van deze naam)
  • Maajkoldzeksoeng (Michael Jackson)
  • Maajkoleuneing (Michael Hoenig, pionier van de Duitse synthesizermuziek) [8]
  • Maajkolkeen (Michael Caine)
  • Maajkolkolyns (Michael Collins, de rond de maan cirkelende piloot van de capsule Columbia van Apollo 11)
  • Maalk: melk
  • Maalkbour: melkboer
  • Maalkmailke: melkmuiltje
  • Maalkwig: melkweg (in de stripreeks Nero & Co. van Marc Sleen komen afbeeldingen voor van de melkweg: een kronkelige baan bezaaid met flessen halfvolle en zure melk)
  • Maalkwigstaalsol: melkwegstelsel
  • Maangse (Armand), bijvoorbeeld de Vlaamse weerman Armand Pien (Maangse Pyng)
  • Maanoirezait ("mijn haar is uit") (wordt gezegd door een Gentse vrouw wier haartooi er na een periode van hoge luchtvochtigheid ietwat verlept uitziet, omdat de invloed van krulspelden uitgewerkt is) (lang sluik vrouwenhaar doet een bepaalde innerlijke drift in gang schieten bij menig mannelijk individu, hetgeen als ongewenst ervaren wordt door het "goody-two-shoes" of "goody-goody" type vrouw of meisje) (zie ook: Bygoudytses, synthetische krulspelden van het Amerikaanse merk Goody) (meisjes en vrouwen zien er het bevalligst uit tijdens periodes van hoge luchtvochtigheid en regen, niet tijdens periodes van droogte) (een zomerse bruinverbrande vrouw ziet er allesbehalve aantrekkelijk uit, en al helemaal niet bevallig)
  • Madoilde: medaille
  • Mailbaangt: muilband
  • Maile: gezicht, ook totte, weeze (ewdeumaile!, hou je mond!)
  • Mailemaangs: mannelijk persoon met geprononceerd gezicht en grote mond, met tong "die niet stil staat", en die het goed kan uitleggen
  • Maile gelaak ne pleurauk (gezicht gelijkend op een plooirok)
  • Mailetrekker: iemand die zich voordoet als een totaal ander persoon dan dewelke hij zelf is
  • Maile van lijntses: gezicht opgebouwd uit lijntjes (spreekwoordelijk)
  • Mailpirre: vuistslag op een gezicht (ook: trauk aup eu maile)
  • Maje: Muide (arbeiderswijk in het noordelijk gedeelte van Gent) (Tes yntse vaang de Maje - Het is eentje van de Muide) (wat zoveel wil betekenen als: veel lager bij de grond kan het niet zijn) (Ge zaachaa iene vaang de Maje zeeker? - Jij bent er een van de Muide zeker?)
  • Makslamenas: Max la Menace (de Franstalige titel van de Amerikaanse televisieserie Get Smart)
  • Malgree: ondanks, niettegenstaande, in weerwil van (van het Frans: malgré)
  • Mamzel: mademoiselle
  • Mannewaal (Manuel)
  • Mannewaalgutscheing (Manuel Göttsching) (pionier van de Berlijnse synthesizermuziek en maker van het legendarische album E2-E4)
  • Marlengmoengrou (Marilyn Monroe)
  • Marloengbraangdau (Marlon Brando)
  • Marteko / martyko: aap
  • Maubylolle / mobylolle: schertsende bijnaam voor tweewielig gemotoriseerd vervoermiddel (een Mobylette / Motobécane) dat er helemaal niet stoer uitziet zoals bijvoorbeeld een Harley-Davidson (Arlydeevydsoeng) (bron: beroepsschool Carels-Nicaise, Offerlaan-Gent, begin van de jaren '80 van de twintigste eeuw). Een Mobylette was een vrouwenbrommertje, een brommertje voor slapjanussen
  • Maure: modder
  • Maurgeneuchteink: morgenochtend
  • MBEU!!! (imitatie van een onzacht klinkend geluid, veroorzaakt door de val van een lomp of zwaar metalen voorwerp op een hard oppervlak, waarbij van het voorwerp niets bruikbaars overblijft) (ook: Pertotal) (bron: beroepsschool Carels-Nicaise, Offerlaan-Gent, begin van de jaren '80 van de twintigste eeuw)
  • Meesaanepoleepolrechtindembirputveint! ("met zijn pollepel recht in de beerput vent!") (gedurende de jaren 60 van de twintigste eeuw was er op de Vlaamse televisie een zwart-wit reportage van Jan van Rompaey te zien waarin een landbouwer de kwaliteit van de beer controleerde door een pollepel in de beerput te laten zakken en om vervolgens weer naar boven te hijsen, om daarna op een onderzoekende manier aan de naar boven gehaalde beer te proeven, en om aldus aan de hand van de typische smaak ervan de zuurtegraad te kunnen bepalen) (die avond in de jaren 60 werd de eetlust van menig Vlaams kijker meteen tot een absoluut minimum herleid, doordat de magen van de onvoorbereiden zich op een collectieve manier onderste boven keerden)
  • Mee uufletters klappe ("met hoofdletters praten") (wartaal uitkramen tijdens dronkenschap)
  • Mee veel vaaven en zessen (met veel vijven en zessen, iets op een omslachtige manier proberen uitleggen)
  • Memel / memol: houtworm, die men kan horen "knagen" in het hout
  • Meute: bende
  • Mewwe aupsluuve: mouwen oprollen ("mouwen opsloven")
  • Mienenesnestad, verrevaaneugat ("Menen is een stad, ver van uw... achterwerk")
  • Moeng (Edmond)
  • Moengtanjerus: achtbaan (afkomstig van het Frans: Montagne Russe, Russische berg)
  • Moet (term gerelateerd aan de grafische nijverheid om de "diepte" van de druk aan te duiden) (bron: beroepsschool Carels-Nicaise (STI-1), Offerlaan-Gent, begin van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Mointseminne: de maan (ook: Jannekemoine - Janneke maan) (alhoewel de maan de natuurlijke satelliet van de planeet Aarde is, willen velen er steevast een kindertekeningetje in blijven zien. Dit is een hardnekkig verankerde herinnering uit de vervlogen tijd van het kleuterklasje, steeds terug naar boven komend gedurende het nachtelijk verlaagd bewustzijnsniveau) (verwant aan tsaangtmanneke - het zandmannetje)
  • Moirbol: marmer
  • Moirbols: knikkers
  • Moslivau: mosselman / mosselkar
  • Mounywirketaang? ("Moet je niet werken dan?") (iemand die schijnbaar goedgemutst en zorgeloos de dag doorbrengt, zoals een Jehovagetuige, zal deze opmerking wel eens te horen krijgen) (iemand die er afgepeigerd en futloos uitziet zal op meer sympathie kunnen rekenen, het syndroom "burnout" ten gevolge van overmatig drankmisbruik en kinderlast tijdens het thuiswerk is het algemeen aanvaarde modeverschijnsel van de eenentwintigste eeuw)
  • Mufte: prop nat papier om m.b.v. een katapult weg te schieten
  • Murre: puist
  • Muuke: welgemikte vuistslag op iemands gezicht (ook: een kleine storende vlek in een drukwerk, afkomstig van een onvolkomenheid op de drukplaat, bron: beroepsschool Carels-Nicaise Offerlaan-Gent (STI-1), afdeling Grafische nijverheid, 1981)
  • Muur: fluitketel ("moor")
  • Muure: soort onkruid in tuinen
  • Muurezieker: straathond (zie ook: stroitjee) ("muurzeiker")
  • Muurke: standbeeld op rotspartij in het Citadelpark ("moorke")
  • Muurkeskluute (zuu zwart auf muurkeskluute) (manier om een graad van zwartheid te beschrijven)
  • Muuzykol: music-hall (Variété) (in Frankrijk spreekt men dit uit als musique-ool)
  • Mydouze: kwal (lijkend op het hoofd van Medusa) (tligdyrweerevolmydouze - het ligt hier weer vol kwallen)
  • Mykdzegger (Mick Jagger)
  • Mylenedeemoengzau (Mylène Demongeot)
  • Mynewyzeryt / Mienewiezeriet: Menuiserite (dakbedekkend materiaal, verwant aan Eternit, bevat asbest)
  • Myselèngmanneke: Michelinmannetje (Bibendum)
  • Mystaangette: bijnaam voor meisje of vrouw met vaudeville-achtige trekken of kenmerken (afkomstig van Mistinguett)
  • Naalsoengpaapke: Nelsonpijpje / Nelsonkapje (cilindervormige metalen bescherming op het uiteinde van een uitlaatbuis die in verbinding staat met een gasverwarmingseenheid) (het doel van Nelsonpijpjes of Nelsonkapjes is het vermijden van binnensijpelend water afkomstig van neerslag)
  • Naangbail (Nand Buyl)
  • Naangboirt (Nand Baert)
  • Naangsydy (Nancy Dee)
  • Nafte: benzine
  • Natte keinkol (Nat King Cole)
  • Napaulyoengsolau (Napoleon Solo, uit de Amerikaanse televisiereeks The Man from U.N.C.L.E. - Demaangvaanuunkol)
  • Neegoengtyne: negentien / 19 (Apollau neegoengtyne ee noujt keune bestoj aumda 't gaalt vaang de NASA oist aup wois - Apollo 19 heeft nooit kunnen bestaan omdat het geld van de NASA haast op was) (het Apolloprogramma eindigde met de missie van Apollo 17 in december 1972, daarna werden de resterende raketten en de onderdelen ervan gebruikt om er het Skylab programma mee op te starten)
  • Ne Me Be Se / NeMeBeSe: N.M.B.S. (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) (bron: fotogravure Color Studio, Raas van Gaverestraat, Gent - einde jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Nen ail aup ne klait (een uil op een kluit, een dwaas of onnozel persoon)
  • Nenoukaf: iemand waarvan men veronderstelt dat betreffend persoon ze niet alle vijf op een rij heeft (iene mee nenoukaf - "iemand waarvan een hoek ontbreekt") (een veel gehoorde opmerking op de werkvloer: ter wirke der yr veele mee nenoukaf - "er werken hier veel mensen met een hoek af")
  • Nenuufau: een UFO (aa geluuvdinuufaus, aa zyse vlyge, aa es ny waal baa de zaane - "hij gelooft in UFO's, hij ziet ze vliegen, hij is gek")
  • Netse (Antoinette)
  • Neumoudemdanekiermeemoengdenenneuzepraubeerenaittelegge ("nu moet je hem dat eens met monden en neuzen proberen uit te leggen") (met andere woorden: het is onmogelijk om hem dat diets te maken)
  • Ne verwaavde: manspersoon die vrouwelijk aandoet
  • Nezakpatatte (hetgeen sommige Gentenaars menen te horen, of willen horen, in het nummer Guantanamera) ("een zak aardappelen")
  • Nieans! (nee zij doen dat niet, of: nee zij zijn dat niet) (het tegengestelde is: Joins!)
  • Nieas! (nee zij doet dat niet, of: nee zij is dat niet) (het tegengestelde is: Jois!)
  • Niech! of Niechaa! (nee jij doet dat niet, of: nee jij bent dat niet) (het tegengestelde is: Joch! of Jochaa!)
  • Niek! of Nienok! (nee ik doe dat niet, of: nee ik ben dat niet) (het tegengestelde is: Jok! of Jojik!)
  • Niem! (nee wij doen dat niet, of: nee wij zijn dat niet) (het tegengestelde is: Jom!)
  • Nienaa! (nee hij doet dat niet, of: nee hij is dat niet) (het tegengestelde is: Jojaa!)
  • Nient! of Nieant! (nee dat is het niet) (het tegengestelde is: Joit!)
  • Nieolamstroeng (Neil Armstrong) (niet zelden verward met Louis Armstrong: de trompetspelende astronaut op de maan, alsook met Lance Armstrong: de wielrennende astronaut op de maan)
  • Nieoldaajmoengt (Neil Diamond) (den dyne mee saa ziemiewe - die zanger met zijn zeemeeuw) (Jonathan Livingston Seagull)
  • Noengdedzuu! (van het Frans: nom de dieu)
  • Noengkol: nonkel
  • Noir achtere goin: naar het toilet gaan, naar achteren gaan
  • Noirdakadmy: naar de Academie (een leerling of leerlinge die het gedurende de jaren 70 van de twintigste eeuw in de lagere school niet bijster goed deed op 't gebied van rekenen en schrijven, werd verondersteld een kunstzinnig type te zijn, en werd dan maar aangeraden om naar de Academie te gaan, om er zich met tekenen en schilderen, alsook met boetseren en knutselen, bezig te kunnen houden)
  • Noistejoar: volgend jaar
  • Noistemoint: volgende maand
  • Noisteweeke: volgende week
  • Noizerette: Nazareth (gemeente ten zuidwesten van Gent)
  • Nuurde / 't nuurde: het noorden
  • Nykau (Nico)
  • Nymendalle: niets, zéér weinig
  • Nymendalleke: iets van niets, een zeer klein dingetje waar geen aandacht aan geschonken moet worden
  • Ny pleuje! (er niet onderdoor gaan, niet plooien)
  • Nytenduuvol: in 't geheel niks
  • Nytvaang! (niks van!)
  • Nyveraangst / nyverst: nergens
  • Nywaalbaadeneuwe: niet goed in uw hoofd (gaa zaaduuk nywaalbaadenuwwe geluuvek)
  • Nywaalbaadezaane: niet goed in zijn hoofd (den dyne nes uuk nywaalbaadezaane geluuvek)
  • Ochotatauch! (Och god toch!) (Ochotatauch, mout neu nekier kaake! - "Och god toch, moet je nu eens kijken!")
  • Oir aup eu taangde: haar op uw tanden (het hebben van "haar op de tanden" is een uitdrukking om aan te duiden dat iemand een roofdier-achtig karakter heeft)
  • Oirdeg: raar, vreemd ("aardig") (in het Gentse dialect is de betekenis van het woord aardig niet "lief" maar wel "raar" of "vreemd")
  • Oirdegoirt: rare kwast, rare vent ("aardigaard")
  • Ois: als
  • Oischeubestenytoutauptschollegoidauptfabrykmoutegoiwirke ("Als je je best niet doet op school ga je op 't fabriek moeten gaan werken") (grootouders geven aan hun kleinkinderen de goede raad om verder te studeren, want anders lonkt de band)
  • Oisem: adem ("asem") (euwenoisemsteinkt - "uw adem stinkt")
  • Oistemblieftzesech! (Alstublieft hoor, zeg!)
  • Oistnenaufsetdrukkerestoengsgoitaameetemotau ("Als het een offsetdrukker is dan gaat hij met de motorfiets") (werknemers in offsetdrukkerijen komen praktisch allemaal met vervaarlijk uitziende zware motorfietsen naar 't werk) (hoe groter de meerkleurenoffsetpersen op de werkvloer, hoe zwaarder de motorfietsen) (leerlingen van de grafische afdeling (de drukkerij) in de beroepsschool Carels-Nicaise, Offerlaan - Gent, kwamen ook reeds met vervaarlijk uitziende motorfietsen naar school, begin jaren 80 van de twintigste eeuw) (een bescheiden drukker met een klein bureeloffsetpersje of hoogdrukdegelpersje komt met een Mobylette naar 't werk)
  • Ollaangt: Nederland (Holland)
  • Ollaangder: Nederlander (Hollander) (Oisdawoiresmeugenderyrdyrekttynduustollaangderskaumekaampeire! - "Als dat waar is mogen hier direkt tienduizend Nederlanders komen kamperen!") (Bron: Arsène Weba, Marec)
  • 't ol vaang Plutau: het hol van Pluto (een duister oord waar praktisch niemand iets te zoeken heeft) (Woir wirkte gaa? Ian't ol vaang Plutau zeker? - "Waar werk jij? In het hol van Pluto zeker?")
  • Onnuzelesse: meisje of vrouw van simpel allooi
  • Ookskes en uukskes: haakjes en oogjes (Aa aangdaanien mee ookskes en uukskes - "Hij hangt aaneen met haakjes en oogjes")
  • Oop: aap (ook: marteko / martyko)
  • Oopekaurtelette: banaan ("apenkortelet") (bron: personeel meubel-afhaaldienst Port Arthurlaan, Gent zeehaven)
  • D'oopeplaneete (de Amerikaanse televisieserie Planet of the Apes, De apenplaneet)
  • Ottau: auto
  • Ottauboine: autoweg ("autobaan") (Duits: autobahn, zoals in Autobahn van Kraftwerk)
  • Ottauskotter: botsauto
  • Ou ??? (een typisch Gentse reaktie van verbazing, optredend kort na of tijdens het zien of horen van iets dat vraagtekens oproept, waardoor men op een perplexe of verdwaasde manier staat te kijken)
  • Ourekot: bordeel / huis van plezier (Tezyrpersyzenourekotmeealdyruujeleuchte - "Het is hier net een bordeel met al die rode lichten")
  • Ouzoukikdaneuweete? (Hoe zou ik dat nu weten?)
  • Paangdoureinge (pandoering): kaaksmeet, rammeling, pak slaag (hetgeen afgestudeerde pedagogen in de eenentwintigste eeuw als iets extreem kind-onvriendelijks beschouwen)
  • Paangduule: pendulum, slinger
  • Paangsenoit: pensionaat (Ois ge ny broove zaat vlygde noir 't paangsenoit! - "Als je niet braaf bent vlieg je naar het pensionaat!")
  • Paangtèmaskuuljee: het bedrijf Pante & Masquelier in de Hoogstraat te Gent, daterend van de twintigste eeuw (niet te verwarren met het metaalbedrijf Masquelet in de Prins Albertstraat te Sint-Amandsberg, aldaar gevestigd tot 1980)
  • 't Paangt: Het Pand in Onderbergen te Gent (noot: recht tegenover het Pand, aan de andere kant van de straat Onderbergen, bevond zich in de jaren 60 van de twintigste eeuw een afdeling van de Loge) (de lauze, waar allerlei hoogwaardigheidsbekleders en andere "artistieke" mensen naar wie opgekeken moest worden de geheime kunst van het consumeren van alcohol bedreven, onder het mom van de geheimzinnig klinkende organisatie "vrijmetselarij")
  • Paape: pijp
  • Paaperek: pijpenrek (een gebit dat opvalt door de afwezigheid van een behoorlijk aantal tanden) (Edde peepee zaa paaperek gezyng? - Heb je grootvader's pijpenrek gezien?)
  • Paaze / paazen: denken
  • Pakskesmooke: pakjes maken (hetgeen hoogbejaarde mensen doen als ze het einde voelen naderen: kleine propjes of "pakjes" maken van de uiteinden van de lakens op het ziekbed, waaruit ziekenhuishelpsters kunnen opmaken dat het einde niet veraf meer is) (bron: Academisch Ziekenhuis, Gent, tweede helft van de jaren 70 van de twintigste eeuw)
  • Panykoise: paniek ("paniekaatsie"), zie ook; Amuuzoise: amusement ("amuzaatsie")
  • Pardesuu: regenjas
  • Parlesaang: gebabbel van spraakvaardig persoon, ook: Rezoeng
  • Pateetse: taartje (zoals in het liedje Tarara-boem-die-ee, maa lief es pattisjee, aa brengt pateetses mee..., hetgeen de Gentse versie is van het oorspronkelijk Amerikaanse Ta-ra-ra Boom-de-ay [9])
  • Patse / Paitse ("vadertje": bijnaam voor de oudste werknemer in een bedrijf, de ancien die zit te wachten op zijn pensioen en in het bedrijf waar hij ooit een aktieve rol vervulde zijn resterende dagen slijt met wat rond te hangen en te kuieren) (ook: den ewwe, de oude)
  • Paurtefoule / paurtefoulde: portemonnee, portefeuille
  • Peekolteeve: een boze vrouw, een helleveeg
  • Peepee Grol: bijnaam voor ouder wordend (of het oudste) mannelijke lid van de familie, waar de hele familie "moet" naar luisteren om er goede raad van te kunnen of te mogen ontvangen (Peepee Grol eet gezaait - Pépé Grol heeft het gezegd)
  • Peet: vent, oude man (nenewwe peet) (Zit'er ne peet in dyne raket? - Zit er een vent in die raket?) (Engels: a bloke) (niet te verwarren met Amanda Peet)
  • Peetoengplees: Peyton Place (Amerikaanse televisieserie)
  • Peetse / peetses: mannetje / mannetjes (vooral vermeld in vragen zoals: Zitten d'er peetses in?, bijvoorbeeld in een raket of in een ruimtetuig) (astronauten en/of cosmonauten zijn peetses) (Keunde de peetses zyn luupe gianter aup de moine? - Kun je de astronauten zien lopen ginder op de maan?) (frequent gestelde vraag tijdens het waarnemen van de maan m.b.v. een telescoop in een volkssterrenwacht) (van interplanetaire sondes, zoals Voyager 1 en Voyager 2, wordt algemeen verwacht dat er peetses in zitten, want interplanetaire sondes vliegen eigenlijk toch niet zo heel erg ver weg, ook al bevinden ze zich reeds op de drempel van de interstellaire ruimte)
  • Peetse Kozak: kolonel Bygaloff (van de kozakken die rond het begin van de 19de eeuw gestationeerd waren in de regio "Moscou" te Gentbrugge) [10]
  • Peetselap: ouder wordend persoon in de familie, fungerend als geldschieter voor de jongere generatie ("peetje lap")
  • Peinkflojt (Pink Floyd)
  • Pelouze: grasveld
  • Persieslets (Percy Sledge)
  • Persjenne: rolluik
  • Pertaang: nochtans
  • Petrolaang (Petrole Hahn) (vloeibaar geurend produkt om in of op het haar te doen)
  • Peurewar: peignoir / tabbaart (ook wel: puleur)
  • Pews: paus
  • Pienizze: punaise (duimspijker)
  • Pirdekaup: paardekop (ter wois ny veel volk: twie maang en ne pirdekaup) (er was niet veel volk: twee man en een paardekop)
  • Pirdeluukwuste: paardenlookworst
  • Pirdemaile: persoon met zwaar uitziend mond-en-kin gedeelte, zie ook: boukaboutotte / boukabouweeze
  • Pirduuge: paarde-oog (ei in een pan) (géén roerei of gebakken ei)
  • Pirdewurtol: doordrammend persoon, iemand van wie het gezicht "niet stilstaat" (dyne gast zaa totte stoiny stille)
  • Pirtsesspaal: gezelschapsspelletje Mens erger je niet!, met een dobbelsteen en gekleurde pionnetjes in de vormen van paardekoppen, op een vierkant bord (paardjesspel)
  • Pjer (Pierre)
  • Pjerysjar (Pierre Richard)
  • Plaangkyr: voetpad, trottoir (zie ook: trotwar)
  • Plakke: nummerplaat van een auto (en ook: een L.P., een 45-toeren singeltje was een plakske)
  • Plamoister: een groter-dan-normaal uitziend exemplaar van iets dat relatief klein is, bijvoorbeeld een spin (WAAAA!!! Ezuune plamoister!!!) (zie ook: Blafte)
  • Plastroeng: stropdas
  • Plastyke paape: plastieken pijp (bijnaam voor Placide De Paepe)
  • Plezaangteveste: Blaisantvest (gedeelte van Gent, omstreeks de Opgeeistenlaan)
  • Poempernykol: bijnaam voor iemand van dubieuze afkomst ("pompernikkel")
  • Poempiers: brandweer
  • Poiterzol: Patershol (wijk nabij het centrum van Gent)
  • Pol (Paul)
  • Polaangka / Plaangka (Paul Anka)
  • Poldemolzaanolzitvolmeebrol (Paul-de-mol's achterwerk zit boordevol rommel)
  • Polkodde (Paul Codde)
  • Pollekes: handjes
  • Polnoumaang (Paul Newman)
  • Polsaajmoeng (Paul Simon)
  • Polvaanoujdoenk (Paul Van Hoeydonck, de Belgische kunstenaar die het voor mekaar kreeg om een beeldje op de maan te laten plaatsen door de astronauten van Apollo 15)
  • Potensemeter: spanningsmeter
  • Potteink: vla
  • Praufaat: winst
  • Praufaatebeeze: persoon met een in 't geheel niet-exuberante manier van doen (sprekend met een piepklein mondje waar ocharme iets hoorbaars uitkomt) (het typetje Bonaventuur Verastenhoven, gespeeld door Mandus De Vos in de Vlaamse televisieserie De Collega's)
  • Praufaatech: kleingeestig
  • Praufesseur: professor (omstreeks de jaren 90 van de twintigste eeuw kwamen er in tal van Gentse brievenbussen bijna dagelijks kleine briefjes te liggen waarop vermeld stond dat één of andere Afrikaanse professor relatieproblemen in een oogwenk kon oplossen) (het aantal van deze Afrikaanse professoren nam gaandeweg toe, in een zodanige mate dat er een heuse verzameling kon worden aangelegd van het aantal briefjes en de daarop vermelde professoren)
  • Prauvezwoir: provisioneel, voorlopig, amateuristisch
  • Prette: meisje dat enkel voor het plezier leeft
  • Preutolteeve: vrouw die rond de pot aan het draaien is en "blijft haperen"
  • Pryze: stopkontakt
  • Pryzoeng: gevangenis (van: prison)
  • Puppemailke / puppetotse: persoon met het gezicht van een pop (een zeer naief uitziend persoon, babyface)
  • Pykuure: inenting / naald
  • Pylulleke: klein pilletje
  • Pyrke Pyrlala: Pierlala
  • Pytse Pek (bijnaam) ("Pietje Pek")
  • Pytsesbak: gezelschapsspelletje met dobbelstenen, meestal gespeeld in café's (Pietjesbak)
  • Pyzema: Pyjama
  • Pyzemaitse: kleine pyjama (pyjamaatje). Luupe, doudeupyzemaitsaang (Vooruit, doe je pyjamaatje aan)
  • Queetny / Queetetny / Queetekikdany / Queekikdany (ik weet het niet / ik weet dat niet)
  • Queetwaal / Queetetwaal / Queetekikdawaal / Queekikdawaal (ik weet het wel / ik weet dat wel)
  • Quybus: hansworst, paljas (toen de leerkrachten van het Gentse lagere onderwijs in de twintigste eeuw het over de ruimtelijke figuur kubus hadden, dachten de meeste leerlingen direkt aan quybus, of kwibus)
  • Quystekwabbol: hansworst, paljas
  • Quystembybol: hansworst, paljas
  • Raakauker: schommel, in een speeltuin (zie ook byze-baaze) ("rijkoker")
  • Raake smewse: rijkelui, mensen die verdrinken in het geld of zich in ieder geval vertonen alszijnde mensen die verdrinken in het geld, zoals bijvoorbeeld een groot gedeelte van de bevolking van Sint-Martens-Latem, een welstellende gemeente ten zuidwesten van Gent, zie ook de kustgemeente Knokke; mensen die het uuge in eulder bolle 'en (hoog in hun bollen)
  • Raakuurde: schoenveter ("rijkoord")
  • Raangsol: boekentas (ook: ongemanierde en stoute jongen of jongeman) ("ransel")
  • Ramasseren: verzamelen
  • Ramasseur: verzamelaar
  • Rauk-en-rol: Rock-'n-roll (de Vlaamse zangeres Frieda Linzi had het over Rokkerol)
  • Rauk-en-rol coupe: haardracht verwant aan Rock-'n-roll, zie: Pompadour hairstyle [11]
  • Rauk-en-rol spaale: Bolo tie [12] (touw met speld om rond de nek te dragen, gerelateerd aan Rock-and-Roll en Country and Western) ("rock-'n-roll speld")
  • Recht ian 't putse (R.I.P.) ("recht in het putje")
  • Recht ian 't saup (recht in het water) ("recht in het sop")
  • Reingeloddekes: Reine Claude pruimen
  • Reksgyldau (Rex Gildo)
  • Renne (Irene) (ook: afgebakend looprek of park om hyperkinetische dreumes veiligheidshalve in bedwang te houden)
  • Reufte / rufte: spring-in-'t veld ("ruft")
  • Reugem: Rooigem (wijk ten noordwesten van Gent)
  • Rewraangdekes: vuile zwarte randjes onder de vingernagels ("rouwrandjes")
  • Rezoeng: gebabbel (van het Frans: raison)
  • Roengde: cirkel ("rond" / "ronde")
  • Roengdeke: cirkeltje ("rondje")
  • Rojaurbysoeng (Roy Orbison)
  • Rojraudzers (Roy Rogers)
  • Rotseschaive: in de rij staan, beurt afwachten ("rotje schuiven")
  • Rozaanebruutse: Rozijnenbroodje
  • Rozee (Roger) (vrijwel alle klusjesmannen heten Roger, net zoals vrijwel alle chimpansees Charlie heten, en vrijwel alle papegaaien Coco) (in sommige andere Vlaamse dialecten spreekt men de naam Roger uit als Eurozjee)
  • Rozeewytakker (Roger Whittaker)
  • Rugzakske (een zodanig klein autootje waarvan de inzittende bestuurder het gevoel heeft dat hij niet in een auto zit maar wel een rugzakje draagt, te wijten aan de gordel die hij om moet doen)
  • Ruujeluchte: verkeerslichten (veure 't ruulucht stoin: voor het rode licht staan) ("rode lichten")
  • Ruujemiene: roodkleurige grondlaag op metaal, beschermende verf ("rode mien")
  • Ruujenoengt: Rubella (Rodehond)
  • Ruu karau endeke: hemdje met design bestaande uit rode vierkanten (vierkant = karau) ("rood vierkant hemdje")
  • Ruukrais / 't ruukrais: het Rode Kruis
  • Ruukuuale: rode kool
  • Ruusol: mercurochroom ("roodsel")
  • Rykedewoiter: Eau de Cologne ("ruikend water")
  • Rysjar (Richard)
  • Rysjargaurdoeng (Richard Gordon, de om de maan cirkelende piloot van de capsule Yankee Clipper van Apollo 12)
  • Ryte (Henri)
  • Saambraang: randafwerking van rechthoekige opening tussen twee kamers
  • Saangdryjee: asbak
  • Saangteboutyk: rommeltje
  • Saangtee maa ratse (uitlating van lichte ontzetting)
  • Saangtyl: aardig, vriendelijk (van het Frans: gentille)
  • Saangzelyzee: Champs-Élysées
  • Saangzenyk: eenrichtingsverkeer
  • Saantuure: broeksriem
  • Sajette: breiwol
  • Saldoitses: lange dunne sneetjes boterham om in een zachtgekookt ei te doppen ("soldaatjes")
  • Sapaumeeloengenboddekwyr: Chapeau melon et bottes de cuir (de Franstalige benaming van de Britse televisieserie The Avengers, in Vlaanderen en Nederland bekend als De Wrekers) (ook Gentenaars zaten zich in de twintigste eeuw vooral te vergapen op het in het oog springend personage Emma Peel, gespeeld door Diana Rigg, die, in zekere zin, op Cliff Richard leek)
  • Sarlasnavour (Charles Aznavour)
  • Sarlataang: charlatan (oplichter, onbetrouwbaar persoon)
  • Sarldegol (Charles de Gaulle)
  • Sarlemaangsoeng (Charles Manson)
  • Sarlemesjee (Charles Messier) (de Franse kometenjager die zodanig naar de sterrenhemel liep te kijken dat hij met zijn (naar boven turend) gezicht pardoes languit in een vijver was gesukkeld) (bron: Comets, Meteorites, and Men - Peter Lancaster Brown)
  • Sarlottebroengte (Charlotte Brontë), zie ook: Zanirre (Jane Eyre)
  • Sarltoengestoeng (Charlton Heston)
  • Saufaize: centrale verwarming (van het Frans: chauffage)
  • Sauftenountse: softenontje (een schrijnende bijnaam voor iemand die voor de rest van zijn of haar dagen de lichamelijke gevolgen moet (of moest) meedragen teweeggebracht door het medicament Softenon - Thalidomide) (wie destijds gedurende de turnles in school of gedurende de zwemles niet goed mee kon, werd aanzien als sauftenountse)
  • Saujau / Sau'au / Sauwau: SOHO (Solar and Heliospheric Observatory)
  • Saukaumaalk: chocomelk (ook: sauklamaalk - chocolademelk)
  • Saukla: chocolade
  • Sauklakeek: chocoladecake
  • Sauklatoirte: chocoladetaart
  • Sauklazak: Chocolade Jacques
  • Sauwsauw: Chowchow (sommige Gentenaars hebben moeite met het uitspreken van de benaming Chowchow en zeggen, op een verkeerdelijke manier: tsjouktsjouk)
  • Schaampavy: weg (met de noorderzon vertrokken, het hazepad gekozen)
  • Schaatkezze: persoon zonder ruggengraat
  • Schaatweere: regenachtig stormweer (het buitenkomen niet waard)
  • Schaftaat: lunchpauze, break
  • Schaifele: fluiten ("schuifelen")
  • Scharmeinkol: armoeiig uitziend persoon, zeer fragiel van opbouw, zie ook: spinnewiel (meisje dat aan anorexia lijdt)
  • Scharten: krabben (da jukt yr, k'goo nekier scharte - dat jeukt hier, ik ga eens krabben)
  • Scheete in een flasse: een "wind in een fles" (een nul-operatie, iets van niets)
  • Scheupafkaise: spade reinigen / schop afkuisen (kaisteuscheupeneumoiraf!, vertrek nu maar huiswaarts!)
  • Schewwe: schoorsteen, schouw (ook: schaduw)
  • Schiefzieker: schuinsmarcheerder, onbetrouwbaar persoon
  • Schieve taure van Ekkergem ("scheve toren van Ekkergem") (de Sint-Martinuskerk in Ekkergem, Gent)
  • Schiske: flinterdun mesje, verwant aan het merk Schick [13] (zie ook: Zylettemeske, verwant aan het merk Gillette)
  • Schoopevaalekes: schapevelletjes / schapevachtjes (de traditionele pruiken van de Engelse rechters)
  • Schottols: afwas ("schotels")
  • Schottolwoiter: afwaswater
  • Schraaven en dichten zoengder eu gat aup te lichten (schrijven en dichten zonder uw achterwerk op te lichten)
  • Schuwwe / ezuuneschuwwe: een nogal teruggetrokken en bizar personage dat steeds raar uit de hoek komt
  • Schyteinge: site met boogschietstanden aan de Neermeerskaai, nog voor het bestaan van de Watersportbaan en de Bollekensschool
  • Seegeevara (Che Guevara)
  • Seekretir: secretaris
  • Seleskest: Heilige Kerstkerk, Sint Salvatorkerk, nabij de Gentse voorhaven
  • Selymsasoeng (Sélim Sasson, Le carrousel aux images) [14]
  • Semyzelakostse: hemdje van het merk La Coste
  • Sertoe / sertou / surtou: vooral
  • Seskes: gek worden (ik kraage doir de seskes vaang - ik ben daar gek van aan het worden)
  • Sette geeve: er vaart achter steken
  • Seuze / daangseuze: lief (vriendin)
  • 't Siantbofs: Sint-Baafskathedraal (vaambauvenaup 't Siantbofs keunde mee ne verrekaaker dembauvestembol vaang 't Ataumyuum in Bruusol zyng - vanaf het hoogste punt op de Sint-Baafs toren kun je met behulp van een verrekijker de bovenste bol van het Atomium te Brussel zien) (het experiment om de bovenste bol van het Atomium waar te nemen vanuit Gent kan ook uitgevoerd worden op de bovenste verdieping van Residentie Lys aan de Nieuwe Wandeling, in de wijk Ekkergem)
  • Siantmaangsbirg: Sint-Amandsberg (één van de noordoostelijke gedeelten van Gent)
  • Siantmychylskirke: Sint-Michielskerk
  • Siantnaas: Sint-Denijs-Westrem ("Sint-Denijs")
  • Siantnykloiskirke: Sint-Niklaaskerk
  • Siantpytersplej: Sint-Pietersplein
  • Siantpyterstasjoeng: Sint-Pietersstation (Station Gent-Sint-Pieters)
  • Silderee: selder
  • Sildereezaat: selderzout
  • Siraize: schoensmeer (Frans: cirage)
  • Sirvela: een bepaalde soort charcuterie
  • Slappe Simone (volksfiguur in Gent) (bron: Zeepziederijen Christeyns, Afrikalaan - Gent)
  • Slappesosse: iemand met een zwak en karakterloos voorkomen
  • Slets: slof, schoeisel dat men aandoet om binnenshuis rond te lopen of in de zetel te zitten
  • Slooper: dennenappel ("slaper")
  • Sloopuuge: slaperig persoon met afwezige blik ("slaapoog")
  • Slyslauske: spreken met een tong die doorheen openingen tussen de tanden schiet
  • Slysters, kluute van ewwe mynysters (bron: fotogravure Color Studio, Raas van Gaverestraat - Gent, einde van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Solusse / soluuse: middel om gaten in binnenbanden van fietsen te dichten
  • Sosse: socialisten
  • Spaneetse: soort rokje
  • Spaurboine: Watersportbaan (de Watersportbaan is beter bekend als de Sportbaan omdat men er niet alleen watersport beoefent maar ook rond het water loopt; op de Noorderlaan, de Westerlaan, de Zuiderlaan, de Europalaan, en de Verenigde Natieslaan)
  • Speeldeinge: speelgoed
  • Speesjalyst: specialist (zéér ervaren dokter die er wel voor zal zorgen dat, ondanks het uitnemend rook- of drinkgedrag van de patient, de longen en/of de lever van de doorrookte of doorzopen man of vrouw terug in orde zullen komen, want daar heeft de specialist immers voor gestudeerd) (een soort wonderdokter) (van de eenentwintigste eeuwse geneeskunde wordt verwacht dat ze alle lichamelijke kwalen kan oplossen, zonder problemen, ook al rookt of drinkt de patient zich regelrecht het graf in)
  • Speesjattol: Space Shuttle (ouveel peetses zitten d'er in ezuune speesjattol? - hoeveel astronauten zitten er in zo'n Space Shuttle?) (peetses = astronauten) (ruimtevaarders worden meestal aanzien als een soort kleine gekke mannetjes uit stripverhalen, niet als echte mensen) (volgens nuchtere mensen die hun voeten stevig op de grond houden hebben astronauten en cosmonauten ernstige drankproblemen en horen thuis in de psychiatrie) (een niet gering percentage van deze nuchtere mensen wil niet geloven dat er ooit een ruimtevaarder hoger dan pakweg 10 kilometer geweest is)
  • Spek / spekske: snoep / snoepje
  • Speuwen: braken
  • Spinnewiel: fragiel uitziend en aan anorexie lijdend meisje zonder enige présence, zie ook: scharmeinkol
  • Spoinderploite: spaanderplaat
  • Spykerinne: nieuwslezeres ("speakerin")
  • Spynoize: spinazie
  • Staangse / Staangske (Constance)
  • Staf (Gustaaf)
  • Staipe: bukken
  • Staminee: stamcafé
  • 't Statais: het Stadhuis van Gent
  • Staufaangse: soort textiel, stof, materie
  • Stauve: verwarming (stoofvuur)
  • Staurse: zonwering bestaande uit horizontale dunne lamellen die in een eigen voorkeursstand kunnen geplaatst worden
  • Steek 'et in eu ol! (steek het in uw achterwerk!) (het gewiekste antwoord dat een pas afgestudeerde schoolverlater te horen krijgt als hij op de werkvloer aan de al iets oudere collega's de vraag durft te stellen wat hij precies moet aanvangen met een bepaald werktuig)
  • Steinkstauke: sigaretten ("stinkstokken")
  • Stekskes / stekstaukskes: lucifers
  • Steurt / sturt: vuilnisbelt
  • Steurtraimer / sturtraimer: persoon die vuilnisbelten exploreert, op zoek naar hetgeen eventueel nog kan dienen
  • Stoeng: muntvormig metalen schijfje om in drankautomaat te steken (van het Frans: Jeton)
  • Stoinde klauke: staande klok
  • Stroitjee: straathond (een hond zonder soortnaam, een gewone hond)(zie ook: muurezieker)
  • Struum: elektriciteit ("stroom") (zie ook: eeletryk)
  • Sturm: storm
  • Stuum: hete waterdamp (stoom)
  • Stuumbuut: stoomboot
  • Stuumstraakaazer: stoomstrijkijzer
  • Styfols: laarzen (van het Duits: Stiefel)
  • Stytebyntse: staartbeentje
  • Suupappe: onderdeel van fietswiel (van het Frans: Soupape)
  • Suupautse: zetpil
  • Sweps: Schweppes (een vreemdsoortig vrouwelijk personage, gespeeld door Chris Van den Durpel, bood aan ieder die eventueel geïnteresseerd was, een stukske lever met een glazeke Sweps)
  • Syke: kauwgom
  • Sykembak: kauwgomballenautomaat (bontgekleurd apparaat om, mits insteken van kleingeld, kauwgom (ofwel een klein speeltje) uit te kunnen halen). In de film Take the Money and Run probeert de piepjonge crimineel Virgil Starkwell het geld uit een kauwgomballenautomaat te halen, maar slaat op de vlucht met de politie achter zich aan en de kauwgomballenautomaat aan zijn hand gekluisterd
  • Syskebap: bijnaam afgeleid van het nummer Shish Kebab van Ralph Marterie [15]
  • Sysklemaup: Onze lieve heer hemelvaart
  • 't Sytadaalpark: Citadelpark (pazaup oischin 't Sytadaalpark luupt waant 't gebeure doir schuwwe deinge ze! - let op als je in het Citadelpark loopt want er gebeuren daar rare dingen hoor!)
  • Sytekerre: Sidecar (Zijspan) (motorfiets met zijwaarts aanhangend compartiment om passagier mee te vervoeren)
  • Syzeeraum (C. Jérôme)
  • Taailailespygol (Tijl Uilenspiegel)
  • Taangdekais: tandpasta ("tandenkuis")
  • Taangte Klara: onbestaand of hypothetisch familielid ("tante Klara") (luupe, goo moir baa taangte Klara)
  • Taangtiest: tandarts (afkomstig van het Engels: Dentist)
  • Taluure: bord om maaltijd op te leggen
  • Taupaup: Toppop (Gentenaars die in de jaren 70 van de twintigste eeuw veel naar de Nederlandse televisie keken, alsook naar het muziekprogramma Toppop, vormden het regelmatig gehoorde "TOP-POP" wel eens om naar "STOM-KOP", STAUM-KAUP)
  • Tchéé: the (Gentenaars hebben wel eens moeite met het uitspreken van Engelstalige woorden, zoals het woord the dat onder normale omstandigheden uitgesproken wordt als de)
  • Tchéé Tchéé: The The (onder normale omstandigheden uitgesproken als De De)
  • Teedaangsaang: Thé dansant
  • TEEEAAONG!!! (uitlating van Gentse kleine kinderen die van iets, bijvoorbeeld een televisieserie, danig onder de indruk zijn, en bijgevolg betreffende serie uitermate "wijs" vinden) (Ej, edde gisterenoir Teetym gekeike? TEEEAAONG da waas moit!!!)
  • Teefiel (Theophile)
  • Teelefoeng: telefoon
  • Teelefoengkot: telefooncel ("telefoonkot")
  • Teelevyze: televisie (ook wel: scheelevyze, "schele visie", vooral als men er op een scheelogende manier zit naar te staren omdat er niks interessants op te zien is)
  • Teetym / 't Eetym (The A-Team)
  • Tendetvaangdemointliggezedoir (op het eind van de maand liggen ze daar, gezegd door werkmensen die eerder werkschuw zijn en wachten tot het eind van de maand tot hun loon of hun euro's "er liggen")
  • Tendzeryndrym (Tangerine Dream)
  • Tengels: brandnetels
  • Tetten: borsten (ook: louzen)
  • Tettekaba: bustehouder (ook: louzekaba)
  • Teupuuge: ontsteking aan ooglid, door te veel doorheen een sleutelgat te staan kijken ("tupoog")
  • Tezaltaattsaalfstedamuure ("het is altijd hetzelfde dat we horen") (het "blitse" radiostation Kjoumjouzyk dat hopeloos blijft steken, op een zodanig afstompende manier dat het uiterst kleine pakketje grijsgedraaide nummers de dagdagelijkse sleur en uitzichtloosheid in niet te onderschatte mate accentueert) (onfris lauw bier zonder schuim) (bederfelijk voedsel waarvan de vervaldatum allang verstreken is) (een uitgewrongen dweil waar men dagelijks nog wat water uit probeert te persen, ook al komt er niet veel meer uit dan, ocharme, een piepklein druppeltje)
  • Tezauveralwa ("het is overal wat") (waar men ook aan het werk gaat, overal is er wel een onregelmatigheid om de boel in 't honderd te doen lopen) (men moet zich maar zien aan te passen aan doldwaze toestanden)
  • Tfaalauverdebiene ("het vel over de benen") (zodanig mager zijn dat het skelet reeds te zien is)
  • Tflygplèj / 't vlygplèj: het vliegplein (Vliegveld Sint-Denijs-Westrem) (tot 1984 vormde het vliegveld ten zuidwesten van Gent een bron van geluidsoverlast, toch voor diegenen die in de buurt van het vliegveld woonden, velen hadden het dan ook over de lawaatmookers, de "lawaaimakers") (jaren later zou de buurt van het opgedoekte vliegveld te maken krijgen met een andere vorm van geluidsoverlast: de nachtelijke muziekfestivals in de hallen van Flanders Expo)
  • 't gat schuune èn ("het achterwerk mooi hebben") (van de opportuniteit gebruik maken om een bepaald plan ten uitvoer te brengen)
  • 't gesprauke dagblad ("het gesproken dagblad": het nieuws op de radio)
  • 't gevaang: gevangenis (ook: 't pryzoeng) (De Niewewaangdeleinge)
  • 't groovekastieol ("het gravenkasteel") (het Gravensteen te Gent)
  • Tir / teer: aarding (elektriciteit)
  • Tirette: rits, bijvoorbeeld van een broek
  • Tirleink: dobbelsteen ("teerling")
  • Tjoengke (bijnaam) (bron: school middelbaar onderwijs Wispelbergstraat-Gent, 1978, alwaar deze bijnaam werd gegeven aan een leerkracht)
  • 't maase: kuisvrouw / de meid ('t maase zal 't waal doung, de meid zal het wel doen) (ook: Marie zal 't waal doung)
  • Toengs: dan (teege toengs est al aum ziepe: tegen die tijd is het al om zeep)
  • Toitsespap: aardappelpap / patattenpap (een aardappel is een toit, veel aardappelen zijn toiten, kleine aardappelen zijn toitses) (zie ook: petoiter - aardappel)
  • Totte: gezicht, ook weeze, maile
  • (De) tottentrekkers: het schilderij Kruisdraging van Jheronimus Bosch waar velerlei op karikaturale wijze geschilderde gezichten op te zien zijn, elk van hen met een typisch groteske uitdrukking ("tottentrekkers")
  • Toupee: manier van doen om zichzelf hoger te plaatsen dan zijn of haar omringenden (getgaa veel toupee!), zie ook: Kuulau
  • Tous: zoen, ook: bees
  • Trauk: tocht (wind) (ook: vuistslag, uppercut, nenuuperkuut)
  • Trauk aup eu maile (vuistslag op uw gezicht)
  • Treutse (Tradj)
  • Troengtynette (Frans: Trottinette), Step: rijwiel waar men met één voet op staat en vooruit komt door zichzelf met de andere voet voort te duwen
  • Trolke: gevangenis, de "bak"
  • Trutavie / trutavietse: meisje of vrouw met een nogal simpel of braaf voorkomen (zie ook: tsanne)
  • Tsaangkajtsek (Chiang Kai-shek)
  • Tsanne: meisje of vrouw met een nogal simpel of braaf voorkomen (zie ook: trutavie)
  • 't saurtse: het soortje (bijnaam voor bevolkingsgroep die zich ogenschijnlijk marginaal gedraagt)
  • 't scheutauk: dierenasiel ("het schuthok")
  • Tseef / Zozif (Jozef)
  • Tseef Chyselèj / Zozif Chyselèj (Jozef Guislain)
  • Tseetsebaubau: schertsende bijnaam voor iemand die een wat simpel voorkomen vertoont
  • Tsekske slo mee kaaje (Tsjekje slaat met keien, afgeleid van Tsjechoslovakije)
  • Tsenaiver: jenever
  • Tsenaiverkes: jeneverbesjes
  • Tseu / uwwen tseu: smoelwerk / uw gezicht (gezicht met opvallend mond-en-neus gedeelte, zie ook: boukaboutotte / boukabouweeze)
  • Tsjarlautse: Charles Chaplin (Charlot)
  • Tsjarlsbroengsoeng (Charles Bronson)
  • Tsjokvaanoartevaalde: Jacob van Artevelde (Jacob = Tsjok)
  • Tsjoule: per ongeluk in het water terecht gekomen zijn
  • Tsjuuk (Chuck)
  • Tsjuuknaurys (Chuck Norris)
  • Tsoize (Joyce)
  • Tsoizedetrauch (Joyce De Troch)
  • Tsoupke (naam van jongetje uit Sinterklaasliedje: Tsoupke, wa mou gaa en vaang klois?)
  • Tsouzemyne: jasmijn
  • Tsouzeplekke: enigszins roodkleurige zuigvlek op een gedeelte van het lichaam na een intense vrijpartij
  • Tsteekzuunewwenie (Het steekt zo nauw niet)
  • Turnsletsen: aangepast schoeisel om gymnastiek of sport mee te beoefenen
  • Tuupe: samen (amoltuupe - allemaal samen)
  • Tuuperammaseren / rammaseren: verzamelen
  • Tuupetegoare: samen, in het bijzijn van elkander
  • Tuute: fopspeen (ook: een dwaas wicht)
  • Tuutuuft: puntkop
  • Tuuverekse (toverheks: een vrouw om bang van te zijn, of om kleine kinderen bang mee te maken) (een kleinkind dat gedurende de zomervakantie ergens in de twintigste eeuw bij de grootouders mocht of moest logeren, in een appartementsgebouw, werd door de grootouders aanbevolen om niet via de trappenhal naar de boven- of onderburen toe te wandelen, want daar woonden "toverheksen") (ook al was het de eeuw van de technologische vooruitgang en de doorgedreven modernisatie, angstwekkende figuren uit de duistere middeleeuwen achtervolgden de kleinkinderen overal, zelfs tot in appartementsgebouwen) (deze angst werd in stand gehouden door de middeleeuwse verhaaltjes uit het kleuterklasje)
  • Twailsiree: vloerbekleding of tafelbekleding bestaande uit kunststof
  • Twailysolaang: dunne kleefloze plastic tape om twee aaneengekoppelde waterbuizen lekvrij te houden
  • Twoin (Antoine)
  • Twolve: twaalf, 12 (Apolautwolve braucht ian nauveamber neegetynoengdertneegenentsestech eembezouk aang Suurveejaur draaje - Apollo 12 bracht in november 1969 een bezoek aan Surveyor 3)
  • Twuualeinge: het sterrenbeeld Tweelingen
  • Twyje: twee, 2
  • Twyjentwiantech: tweeëntwintig, 22
  • Tyne (Albertina)
  • Tyne / Tynaantaat / Tyne aan 't aat (buitenluchtspelletje). "Tien aan 't hout"
  • Tyreintse (vogeltje)
  • Tyreuze: trekkast (ook: een belichter voor daglichtfilms in een fotogravure) (bron: fotogravure Color Studio, Raas van Gaverestraat-Gent, eind de jaren '80 van de twintigste eeuw)
  • Tyst (ook: artiest)
  • Tystepuale: hansworst, paljas
  • Tyktakker: hooiwagen (een spin met lange dunne poten en een klein bolvormig lichaam, als men zo'n spin doodt dan maken de poten achteraf nog "tiktak" bewegingen) (mensen met een relatief klein bovenlichaam en lange dunne beweeglijke benen zien er op een bepaalde manier gevaarlijker uit dan mensen met een lang bovenlichaam en korte dikke beentjes) (in een bedrijf is het schijnbaar andersom: de leidinggevende zal meestal een lang bovenlichaam met korte dikke beentjes hebben, terwijl de ondergeschikten relatief kleine bovenlichaampjes met lange dunne benen hebben) (zie ook: kleine bolvormige Italiaanse mannen met hun statig uitziende lange vrouwen, typerend voor de Italiaanse televisie)
  • 't zuur aan zaan zoetse: jeukende of stekende aandoening aan het voortplantingsorgaan (aa ee weere 't zuur aan zaan zoetse - hij heeft weer het zuur aan zijn zoetje)
  • Ualder: hun (gualder = jullie / wualder = wij / zualder = zij)
  • Urtakit (Eartha Kitt)
  • Uuflakke: een bepaalde soort charcuterie ("hoofdvlak")
  • Uuge in eu bolle: hoog in uw bol (iemand waarvan men ziet dat hij of zij er alles aan doet om te laten uitschijnen dat hij of zij bij de "beau monde" hoort, of er koste-wat-kost bij wil horen (gaaettetuukuugineubolle - jij hebt het ook hoog in uw bol), typerend voor de regio Sint-Martens-Latem ten zuidwesten van Gent
  • Uugtewirker: hoogwerker (veelal verkeerdelijk vermeld als "hoogtewerker") (bron juiste benaming (hoogwerker): Vinçotte, werkvloer VOLVO-car, Langerbruggestraat - Gent)
  • Uukau / denuukau: UCO (Union Cotonnière)
  • Uurkepaane: chronische oorpijn ("oorkepijn")
  • Uurkotterke: wattenstaafje ("oorkottertje")
  • Uustakker: Oostakker, ten noordoosten van Gent
  • Uustiekluu: Oosteeklo
  • Uwwenewwe (uw vader, "uw oude", ook: zaanenewwe, "zijn oude") (bron: school middelbaar onderwijs Wispelbergstraat-Gent, 1978)
  • Vaambauve bleinke, vaanoengder steinke (vanboven blinken, vanonder stinken), of: Vaambaite bleinke, vaambinne steinke (vanbuiten blinken, vanbinnen stinken) (met andere woorden: men kan er nog zo mooi en oogverblindend uitzien, in het diepst van de ziel is men niet veel beter of mooier dan een wansmakelijk gedrocht) (studenten "van goeden huize" die zich in het openbaar op een voorbeeldige en nette manier vertonen, gedragen zich tijdens studentendopen als beesten)
  • Vaang Geelys (Vangelis) ("Van Gelis") (deze foutieve manier van uitspreken werd veelvuldig gehoord gedurende de opkomst van de Vlaamse vrije radio's rond het einde van de jaren 70 en begin van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Vaangmaurysoeng (Van Morrison)
  • Vaangzeleeve: in geheel 't leven, of: in geheel mijn leven
  • Vaaster: venster
  • Vaavet: een vijftal minuten (k'go maa een vaavet in de zeetol legge - ik ga mij een vijftal minuten in de zetel leggen)
  • Vailblek: stofblik
  • Vailepuute: vuile handen ("vuile poten")
  • Vailkerre: vuilnisophaalwagen
  • Vailoure! ("vuile hoer", meisje waarvan de veronderstelling circuleert dat ze, mede door haar Gentse afkomst en "onderontwikkelde" ouders in het arbeidscircuit, een afwijkend parcours bewandelt) (bron: school Neermeerskaai-Gent, jaren '70 van de twintigste eeuw)
  • Vanachternoenet: 's namiddags
  • Van tien-negen (waarschijnlijk, vermoedelijk)
  • Vapeurkes: opvliegertjes
  • Veinkjee: Vynckier (bedrijf dat ook bekend is als General Electric - Power Controls, aan de Nieuwe Vaart en de Wiedauwkaai)
  • Verliedeuny? / verliedegaa euny? (verveel je je niet?)
  • Verlietany? (verveelt dat niet?)
  • Verset: vork (forcet)
  • Versmuurt: verdronken
  • Verzaaje / 't verzaaje: aandrang / besef / wil
  • Verzaupe kyke: verdronken kip (wordt gezegd van iemand die drijfnat is)
  • Verzenderkesdag: 1 april
  • Veugolmaite: vogelkooi (Wa goide eete? Gestaampte veugolmaite mee parapluusaase) (Wat ga je eten? Vogelkooipuree met regenschermsaus)
  • Veugolpyk: Darts
  • Vloomse prymytyve: Vlaamse Primitieven
  • Vlygend schaat: diarree (gaa schaat deure een stroomaane zeker?)
  • Vollemoine: kaalkop (volle maan)
  • Vraadagmaurt: Vrijdagmarkt
  • Vrie: wreed, erg (tes vrie waas, het is erg gaaf)
  • Vurtzak: ergerlijk persoon
  • Vuuale: een doorschijnende of doorzichtige sluier
  • Vuus: gevoel van verdwazing en moeite (zuu vuus auf een roope, zo voos als een raap)
  • Vyrgau: Virgo (sterrenbeeld Maagd)
  • Vyspatynee: onderdeel van auto
  • Vyterynir: dierenarts
  • Vyzegryp: een bepaald type werktuig
  • Vyzeuze: elektrisch toestel om vijzen mee vast (of los) te draaien
  • Waaf: getrouwde vrouw (een Gentse man zal steeds getrouwd zijn met een "wijf", niet met een vrouw) (de vrouw van de man zal het meestal over de maane hebben, als ze haar man bedoelt) ("de mijne", ook wel: "koine")
  • Waalbaajoojik ("ja, ik wel")
  • Waalbaanienok ("nee, ik niet")
  • Waalmoutneukaake! ("wel moet je nu eens zien!")
  • Waateink: wijting
  • Waavezot: vrouwengek
  • Wadesmaadaneu? ("wat is mij dat nu?")
  • Wapaasderaf? ("wat denk je ervan?") (vrij vertaald uit het Gents is het: wat pijs je er af?)
  • Wapaktegaa? ("wat neem jij?") (op de werkvloer is het aan te raden om zich zo banaal mogelijk te gedragen, daar bij elke spontane opflakkering van innerlijk vreugdegevoel, bijvoorbeeld tijdens het denken aan de weekendhobby, de kans groot is dat de werkmakkers en de teamleader meteen aan het etiket druggebruiker denken)
  • Wasteupruuke! ("was je haar!") (haar = "pruik")
  • Wataddezyt es wataddekraagt ("wat je ziet is wat je krijgt") (WYSIWYG, What You See Is What You Get)
  • Waweetekikdadde? ("hoe zou ik dat weten?")
  • Weeze: gezicht, ook: maile, totte
  • Weueueueueueueueueu (Gentse imitatie van het geluid van een voorbijrijdende elektrische auto)
  • Weunsdag: woensdag
  • Weurgen: kokhalzen
  • Weurtols: wortelen
  • Wieklaize: kelderpissebed ("weekluis")
  • Wildegaawaalnekiermaanezakaupbloizemoit! (wil jij wel eens mijn scrotum opblazen maat!) (met andere woorden; je kunt van mijn part de boom in!)
  • Woengdolgem: Wondelgem (gemeente net ten noorden van Gent)
  • Wofolaazer: wafelijzer
  • Woiter aup uupkes vooge ("water op hoopjes vagen": een absurde en zinloze bezigheid) (zie ook: leige zakke rechte staale - lege zakken recht stellen)
  • Wualder: wij (gualder = jullie / ualder = hun / zualder = zij)
  • Wyke: lont (van een kaars)
  • Wynzolgoitertoengsjukke? ("wiens achterwerk zal dan jeuken?") (deze vraag komt op nadat men te horen krijgt dat er zeker nog een aantal jaren zullen moeten verstrijken eer men in aktie zal schieten om een bepaald plan uit te voeren)
  • Wytewoj: onsamenhangend en verwaaid persoon
  • Wytiesteryktzaanollekepypt ("wie het 't eerst ruikt, zijn eigen anusje piept")
  • Xalteunekierweetetezegge (Ik zal het U eens weten te zeggen) (wat zoveel wil betekenen als: Wacht maar af...)
  • Xauchterachtermoirkenetnychevoengde (ik zocht ernaar maar ik heb het niet gevonden)
  • Xeggeteigenem... (ik zeg tegen hem...)
  • Xouteunykeunezegge (ik zou het U niet kunnen zeggen)
  • Xoutnyweete (ik zou het niet weten)
  • Xou zuu girre wille leeve in ne wirolt zoengder oit (ik zou zo graag willen leven in een wereld zonder haat) (bron: Walter de Buck)
  • Xytnysitte (ik zie het niet zitten)
  • Ygerek / ygrek: de letter 'Y', ypsilon (van het Frans: Y Greque)
  • Ykaumirse: e-commerce
  • Ymeel: e-mail (kgoinekiernermaanenymeelkaake - ik ga eens naar mijn e-mail kijken)
  • Yntse vaang Buchenwald (als men gedurende de jaren 50, 60 en 70 van de twintigste eeuw van nature een tenger lichaam had dat niet of nauwelijks spiermassa toonde, en daardoor een "iele" of "ondervoede" indruk gaf, werd men wel eens vergeleken met iemand die in het concentratiekamp Buchenwald verbleef) (eentje van Buchenwald)
  • Ystwardau: Histoire d'O (film) (edde gistere noir Ystwardau gekeeke? - heb je gisteren naar Histoire d'O gekeken?)
  • Ytlirre (Hitler)
  • Yvagau: IVAGO, de afvalophaaldienst in Gent
  • Yverst / yveraangst: ergens
  • Yzemau / yzmau: isomo
  • Zaadegeulderdoirnaugaaltaatmeibeizech? ("zijn jullie daar nog altijd mee bezig?")
  • Zaaderoist? ("ben je er bijna?") (wordt gevraagd aan iemand wiens vinger klaarblijkelijk vast zit in een van de twee neusgaten, en daarbij op de een of andere manier ergens doet vermoeden dat betreffende vinger een exploratietocht aan het ondernemen is om de bovenste etage van het neuscomplex te onderzoeken)
  • Zaadeukadderzaantrechtaange? ("ben je je kaders aan het rechthangen?") (wordt gevraagd aan iemand die in zijn of haar neus aan het peuteren is, en wel op een zodanig geconcentreerde manier dat deze aktiviteit de indruk wekt alsof de peuteraar of peuteraarster de "kaders" (of "lijsten") aan de "binnenwanden" van de neus aan het rechthangen is) (vóór de komst van de smartphone was peuteren in de neus een voorname aktiviteit van autobestuurders, meestal uitgevoerd gedurende het lange wachten aan verkeerslichten) (bron: Trafic van Jacques Tati en Bert Haanstra)
  • Zaalver: zilver
  • Zaalvere leepolkes: zilveren lepeltjes (waarmee men in de hemel rijstpap eet)
  • Zaalverpapyr: zilverpapier (het inzamelen van zilverpapier voor de missionarissen in Afrika werd tot in de jaren 70 van de twintigste eeuw door grootmoeders aan kleinkinderen aanbevolen) (als een kleinkind aan een grootmoeder de vraag stelde waarvoor dat zilverpapier bewaard moest worden, was het antwoord: veur de muurkes - "voor de negertjes") (van het kleinkind werd verwacht dat het met de gedachte moest leren leven dat het zilverpapier een soort speelgoed was, voor arme kinderen in Afrika)
  • Zaampjer / Zypy (Jean-Pierre / J.P.)
  • Zaampjerkaupmaang (Jean-Pierre Coopman)
  • Zaampjervaangrossem (Jean-Pierre Van Rossem)
  • Zaampol (Jean-Paul)
  • Zaampolbaalmoengdau (Jean-Paul Belmondo)
  • Zaanenewwe (zijn vader, "zijn oude", ook: uwwenewwe, "uw oude") (bron: school middelbaar onderwijs Wispelbergstraat-Gent, 1978) (Zaanenewwe kaumdaumem, Zijn oude komt hem halen)
  • Zaang (Jean)
  • Zaangdeke: Zandeken, een verdwenen gehucht ten noorden van Gent, alsook een gelijknamige wijk net ten noorden van het natuurgebied Bourgoyen-Ossemeersen, ten noordwesten van Gent
  • Zaangdoirms / Zandarms: rijkswacht (ook: straatbeeldverstorende faecaliën afkomstig van honden)
  • Zaangkauktau (Jean Cocteau)
  • Zaangklodde / Zaangklot (Jean-Claude) ("Jankloot")
  • Zaangklotvaangdamme (Jean-Claude Van Damme) (in het Amerikaans kinkt het als: "Johncloudvèandèam")
  • Zaanglouwy (Jean-Louis)
  • Zaanglouwytryntyngjaang (Jean-Louis Trintignant)
  • Zaangluuk (Jean-Luc)
  • Zaangluukfoenk (Jean-Luc Fonck [16] van de Brusselse groep Sttellla)
  • Zaangmarè (Jean Marais)
  • Zaangmsel (Jean-Michel)
  • Zaangmselfoloeng (Jean-Michel Folon)
  • Zaangmselzar (Jean-Michel Jarre) (sommige Gentenaars zeggen ook wel Zaangmselzaréé) (Jarre = Zaréé) (deze foutieve manier van uitspreken (Jean-Michel "Zaréé") werd vooral gehoord ten tijde van de opkomst van de Vlaamse vrije radio's rond het einde van de jaren 70 en begin van de jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Zaangrosfaur (Jean Rochefort)
  • Zaangte: velg (van fiets)
  • Zaangzaang (Jean Yanne)
  • Zaangzak (Jean-Jacques)
  • Zaangzakgoltmaang (Jean-Jacques Goldman)
  • Zaapgat: persoon wiens broek ter hoogte van het achterwerk een flodderig voorkomen vertoont (zijpgat)
  • Zaat: zout (Gentenaars die niet vertrouwd zijn met het Vlaams of het Nederlands zetten dit woord wel eens om naar "zijt") (niet te verwarren met het Duitse underground album Zeit, het equivalent van het Nederlandstalige woord tijd)
  • Zaintse: sintje (prentje met afbeelding van heilig persoon)
  • Zaintsewuale: hansworst, paljas, onnozel of
persoon (karikaturale versie van zaintse)
  • Zaipsol: drank (zuipsel)
  • Zakbraal (Jacques Brel)
  • Zakduutroeng (Jacques Dutronc)
  • Zakkelyne / Zaklyne (Jacqueline)
  • Zaklemoeng (Jack Lemmon)
  • Zakmartej (Jacques Martin, varieté-persoonlikhyd op den Fransche televisie)
  • Zakpalaangse (Jack Palance)
  • Zakpatatse (Giorgi Tsjakvetadze) (dezen noame kanne op verskillende maniern geïnterpreteêrd worden) ("Jacques Vetadze") (Gentenaars die nie vertrouwd zyn me voetbal beweern ip de radio alsan "Zakpatatse" 't horen, en denkn dan aan 'n klein typeke patat in ne speciaal daarvo ontworpen zak)
  • Zakremoeng (Jacques Raymond)
  • Zaksirak (Jacques Chirac)
  • Zaktaty (Jacques Tati)
  • Zakvermirre (Jacques Vermeire)
  • Zanette: homoseksueel
  • Zanirre (Jane Eyre)
  • Zapaang: Japan
  • Zapanees: Japanner
  • Zattelutte: Gentse vrouw aan de drank
  • Zaukaitses: kleine kousjes, sokjes
  • Zaukary: Jokari (strandspelletje bestaand uit een mepbaar balletje dat met een lange dunne rekker verbonden is aan een houten blok) [17]
  • Zaulemirre (Jo Lemaire)
  • Zaumeetebaangzau (Jo met de Banjo) (Jo De Clercq)
  • Zaurau (Zorro) (wacheevezaupteilevyze? Zaurau - wat geven ze op de televisie? Zorro)
  • Zaurs (George)
  • Zaurskloeny (George Clooney)
  • Zaursmaajkol (George Michael)
  • Zauruupke (Jo Röpcke)
  • Zaurzyne (Georgina) (de namen George en Georgina worden zijdelings vermeld in de film David and Lisa van Frank Perry (1962), waarin het hoofdpersonage David Clemens (Keir Dullea) het heeft over een verwarrende jeugdherinnering waarbij hij een vreemdsoortige en angstwekkende circusattractie genaamd George-Georgina te zien kreeg, bestaande uit slechts één persoon die zich zowel mannelijk als vrouwelijk voordeed)
  • Zeeraum (Jerom)
  • Zeeraumfreuze (Jerome Froese) (de zoon van Edgar Froese: de oprichter van de Berlijnse synthesizergroep Tangerine Dream) (dankzij Edgar Froese leerden David Bowie en Iggy Pop de verborgen kantjes van Berlijn kennen, dit omstreeks 1976-77)
  • Zeevoengtyne: zeventien / 17 (de peetses vaang Apollauzeevoengtyne stoengenin deesember neegoentynetwyentseeventech aup de moine - de peetjes van Apollo 17 stonden in december 1972 op de maan) (peetjes = astronauten)
  • Ze kaume ny, ze kaume waal, ze kaume ny, ze kaume waal, ze kaume ny, ze kaume waal (hetgeen velen menen te horen in het nummer State of Independence van Donna Summer en Vangelis) ("ze komen niet, ze komen wel, ze komen niet, ze komen wel, ze komen niet, ze komen wel")
  • Zesmenuutenoirdendraaje: zes minuten na drie, 3:06 (het moment in de nacht dat radiogestuurde wandklokken aan hun tijdskorrektie beginnen en tot 3:15 schijnbaar stil liggen, waarbij de grote en de kleine wijzers alletwee negen minuten lang op 0:00 blijven staan)
  • Zieke: urine (ook: pyse)
  • Ziekedenat: drijfnat (zie ook: verzaupe kyke - "verzopen kip")
  • Ziemeel: verrekijker (afkomstig van het Frans: Jumelles, een "tweeling"-verrekijker)
  • Ziemlap: zeemvel
  • Ziere: vlug (en ook: pijn)
  • Zierluuper: snelwandelaar ("vlugloper")
  • Ziever: onzin, larie & apekool (zever / gezever)
  • Zieverlapke: doekje tegen het zeveren (bavetje)
  • Zirp: scherp van smaak
  • Zoete / de zoete speelt : zomers nachtelijk onweer waarbij geen donder te horen is, enkel weerlichten of vorkvormige ontladingen die zich in of aan de onderzijde van de bewolkingslaag vertonen (dit nachtelijk elektrisch lichtverschijnsel is ook beschreven in het tweede deel van Marcel Minnaert's De Natuurkunde van 't Vrije Veld (Geluid, warmte, elektriciteit), als: "de luwte speelt", zie bladzijde 318, alsook in het boek Lightning, Auroras, Nocturnal Lights, and related luminous phenomena van William R. Corliss, bladzijden 137-138: Silent Lightning, item GLL4).
  • Zonataang (Jonathan)
  • Z'oo eur weeze loitenauptrekke, en eur ol zat in eure nekke ("ze had haar gezicht laten optrekken, en haar achterwerk zat in haar nek") (gedurende de vorige eeuw ontstond in het Gentse een bizar verhaal omtrent een relatief bekende dame van hogere komaf die een facelift had laten uitvoeren, waarbij de operatie van een zodanig beslissende en bruuske aard was dat haar achterwerk in haar nek kwam te zitten) (er werd meer huid omstreeks het gezicht weggenomen dan aanvankelijk gepland was)
  • Zossefyne (Josephine)
  • Zossefynsarlotte (Josephine Charlotte, van België)
  • Zoudasej (Joe Dassin)
  • Zoudolaang (Joe Dolan)
  • Zoulouleppe: persoon met geprononceerde lippen (bron: beroepsschool Carels-Nicaise, Offerlaan-Gent, begin jaren 80 van de twintigste eeuw)
  • Zoutse: schattebout (zoetje)
  • Zozif / Tseef (Jozef)
  • Zozif Chyselèj / Tseef Chyselèj (Jozef Guislain)
  • Zozif en Marie (Jozef en Maria)
  • Zozzyanne (Josiane)
  • Zualder: zij (gualder = jullie / ualder = hun / wualder = wij)
  • Zuale: begingedeelte van de gang aan ingang huis
  • Zuugoidenoujtaanewaafgrooke! ("zo ga je nooit aan een wijf geraken!") (wordt gezegd door tal van oudere werknemers die een ietwat ranzig uitziende schoolverlater met ongeschoren baardje-in-wording te zien krijgen) (om een "wijf" te pakken te krijgen moet de onderste helft van het gezicht aalglad zijn, zonder enige indicatie of vermoeden dat daar een stekelige vorm van begroeiing op kan plaatsvinden) ("wijf" = vrouw)
  • Zuul (Jules)
  • Zuulbruuner (Yul Brynner)
  • Zuuljettegrekau (Juliette Gréco)
  • Zuuljuuseezar (Julius Caesar)
  • Zuu plat auf een vaage (iets dat zeer plat is, zo plat als een vijg)
  • Zuuptir: Jupiter (de grootste planeet in het zonnestelsel, en een geliefd waarneem-object in tal van volkssterrenwachten dankzij de rode vlek op de planeet; de ruuje plekke)
  • Zuupylir: Jupiler (bezoekers van de volkssterrenwacht van Gent vragen wel eens aan de broodnuchtere telescoopbediener of het mogelijk is om de telescoop op de planeet Jupiler te richten, waarbij de toegewijde astronoom de bezoekers ofwel op hun verkeerdelijk woordgebruik wijst, ofwel naar de bar van de sterrenwacht doorstuurt om aldaar een fles Jupiler te openen en om er vervolgens plafondwaarts doorheen te staan turen) (op deze educatief verantwoorde manier voelt de leergierige bezoeker meteen aan hoe vochtig het op de planeet Jupiler wel kan zijn)
  • Zuu rap auf kaake: vliegensvlug ("zo vlug als kijken")
  • 't zuustysepalaas: het justitiepaleis (het oud gerechtsgebouw aan het Koophandelsplein)
  • Zwaanoirde: Zwijnaarde (gemeente net ten zuiden van Gent)
  • Zwalpaa: persoon met een labiel voorkomen (zwalp-ei)
  • Zweijnsele: onvast op de benen staan (waggelen)
  • Zwoin: dichtingsring
  • Zwoindekulas: onderdeel van auto
  • Zwointse: Zwaantje (merk van een bepaalde soort limonade, alsook de bijnaam van een Rijkswachter)
  • Zydetsy! ("zie je het zie!")
  • Zylbir (Gilbert)
  • Zylbirausuulyvaang (Gilbert O'Sullivan)
  • Zylbirbeekau (Gilbert Bécaud)
  • Zylbir en Zaurs (Gilbert & George)
  • Zynekierouschuunedattades ("zie eens hoe mooi het is")
  • Zytsy! (zie bij: zydetsy!)
  • Zyzytaup (ZZ Top)
  • Zyzyzaangmirre (Zizi Jeanmaire)

Bronne

bewerkn
  • Dit artikel of nen ièrdere versie ervan is nen volledigen vertoaling van et artikel Lijst van Gentse woorden en uitdrukkingen op de Nederlandstoalige Wikipedia, da ônder de licensie Creative Commons Noamsvermeldienge/Gelik djelen valt
  1. Belgian aircraft registration and serials - Eng.Wikipedia artikel
  2. John Foxx - Eng. Wikipedia
  3. Het Amerikaanse merk FLIT van de Flitpomp, Eng. Wikipedia artikel
  4. Frigidaire - Eng.Wikipedia
  5. ABBA's Nina, Pretty Ballerina: de oorsprong van Jawadde's Mina, schuune ballerina
  6. Congés payés - Frans Wikipedia artikel
  7. Léon Zitrone - Frans Wikipedia artikel
  8. Michael Hoenig, Eng. Wikipedia
  9. De originele Amerikaanse oorsprong van het liedje Ta-ra-ra Boom-de-ay
  10. 100 jaar opperdekenij, 1903-2003, stad in beeld (Alex De Teyger, luchtfotografie van Jacques De Bruyker), bladzijde 74
  11. Pompadour hairstyle - Eng. Wikipedia
  12. Bolo tie - Eng. Wikipedia
  13. Schick (Eng. Wikipedia)
  14. Sélim Sasson, Franstalig Wikipedia artikel
  15. Ralph Marterie - Eng.Wikipedia
  16. Jean-Luc Fonck - Franstalig Wikipedia artikel
  17. Jokari - Frans Wikipedia artikel